023-5277666 | Contact

Veel voorkomende aandoeningen bij de kat:

 

Blaasgruis en blaasontsteking

Kristallen in de urine

De plaskater

Nierproblemen

Schildklierafwijkingen

FIP wat is dat voor een ziekte?

Voedingsallergie

Het kitten

Gebit en gebitsproblemen

(Anti)conceptie bij de kat

Identificatie

 

Blaasgruis en blaasontsteking:

 

Wat zijn de symptomen van een blaasontsteking?

 

-           Veel en vaak kleine beetjes plassen op de kattenbak

-           Op vreemde plekken in huis plassen

-           Klaaglijk miauwen tijdens het plassen

-           Veelvuldig likken van de anus/penis

-           Bloed in de urine zichtbaar, urine kleurt roze/rood

-           Lang in de pershouding blijven zitten

 

Hoe wordt een blaasontsteking veroorzaakt?

 

Een blaasontsteking wordt veroorzaakt door een infectie met een bacterie die vanuit de urinebuis de blaas infecteert. Dit is in 10% van alle katten het geval. In de meeste situaties heeft de kat stress, waardoor hij/zij een verdikte blaaswand ontwikkeld. Dit kan zelfs chronisch worden.

 

Hoe constateren wij een blaasontsteking?

 

Wanneer de kat wordt verdacht van een blaasontsteking, zal er urine moeten worden opgevangen. Wanneer de kat op de bak plast, kan dit door middel van speciale katkor-korrels® worden opgevangen. Deze korrels absorberen geen vocht, waardoor de urine in de bak gemakkelijk opgezogen kan worden door middel van het bijgevoegde pipet en buisje. De katkor® is verkrijgbaar in onze dierenkliniek. Mocht de kat niet voldoende in de bak plassen, dan is het mogelijk om de kat een nacht op te sluiten in bijv. de badkamer, om zodoende voldoende urine op te vangen.

 

Mocht de kat niet in de kattenbak plassen, maar op meerdere plekken in huis, dan is het mogelijk een spuitje te halen bij de dierenarts, om zodoende de urine van de kat op te zuigen van de grond.

Mocht dit alles niet lukken, is het altijd mogelijk een afspraak te maken bij de dierenarts. Deze zal de blaas van de kat met een naald aanprikken om urine direct uit de blaas te halen.

Het aanprikken van de blaas is voor de kat niet pijnlijk.

 

Wanneer wij de urine hebben ontvangen, kan het worden onderzocht op een blaasontsteking. Dit gebeurt door middel van een combur test®. Deze test bevat een strip waar de urine op gedruppeld dient te worden. Na 1 minuut kan de test worden afgelezen. Wanneer uw kat een blaasontsteking heeft, zullen wij bloed en eiwitten aantreffen.

 

 

Wij controleren tevens het sediment van de urine. Het sediment is het bezinksel van de zwaardere bestanddelen van de urine, zoals blaasgruis.

De urine wordt onder de microscoop gecheckt op eventueel aanwezige kristallen in de urine.

Het urineonderzoek zal enkele minuten in beslag nemen.

U kunt op de uitslag wachten.

 

Hoe behandelen wij een blaasontsteking?

 

10% van alle katten met de symptomen van een blaasontsteking, hebben een bacteriële infectie. Hiervoor zullen wij antibiotica en pijnstilling meegeven. De kat zal vaak niet aangeven dat hij/zij pijn heeft, maar dit is wel het geval. Mocht het niet lukken om pillen toe te dienen bij uw kat, dan is er gelukkig een antibioticum injectie die 14 dagen werkzaam is. Ook is er vloeibare pijnstilling verkrijgbaar die door vele katten goed wordt geaccepteerd.

In de meeste gevallen heeft de kat een chronisch, verdikte blaaswand. Hiervoor zullen wij pijnstilling meegeven en een medicijn om de blaaswand tot rust te brengen.

 

Kristallen in de urine

 

Wat zijn kristallen?

Kristallen in de urine wordt ook wel blaasgruis genoemd.

De 2 meest voorkomende soorten kristallen zijn struviet en calcium-oxalaat.

 

Struviet is een stof die is samengesteld uit magnesium, fosfor en ammonium. Struvietkristallen ontstaan wanneer er in de urine hoge gehalten aan magnesium en fosfor voorkomen en de pH-waarde van de urine te hoog is, zodat deze niet langer zuur maar alkalisch wordt.

Stenen die bestaan uit calciumoxalaat-kristallen, ontstaan wanneer er in de urine hoge gehalten aan calcium en oxalaat aanwezig zijn.

Hoe constateren wij deze kristallen?

Deze kristallen kunnen worden geconstateerd door de urine af te draaien in de centrifuge en het neergeslagen bezinksel te onderzoeken onder de microscoop.

 

 

De Plaskater

 

Wanneer uw kat de symptomen heeft van een blaasontsteking, is het niet altijd gezegd dat hij ook een blaasontsteking heeft!

Daarom controleren wij ook altijd het sediment van de kat op kristallen in de urine.

 

LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP!

 

Mocht u een kater hebben die de verschijnselen vertoont van een blaasontsteking, is het raadzaam DIRECT! een dierenarts te bellen!

Katers hebben vergeleken bij poezen een smalle plasbuis.

Wanneer de kater last heeft van kristallen in de urine, kunnen deze vastlopen in de plasbuis, waardoor hij verstopt raakt!

Wanneer een kater verstopt zit, heeft hij heel veel moeite en pijn bij het plassen en is het mogelijk dat de urine terugloopt richting de nieren, met alle gevolgen van dien! De kater kan zichzelf hierdoor vergiftigen en erg ziek worden, met eventueel de dood tot gevolg!

Een verstopte kater is een spoedgeval!

 

Hoe ontstaat blaasgruis?

Verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan van blaasgruis. Voeding die te veel kristalvormende mineralen bevat is een belangrijke factor. Tevens bepaald de voeding de zuurgraad van de urine, welke ook van belang is bij het ontstaan van blaasgruis.

Daarnaast zie je meer blaasgruisproblemen bij katten met weinig beweging en overgewicht en katten met stress.

Hoe behandelen wij een kat met struviet?

Een kat waarbij struviet is geconstateerd, dient 8 aaneengesloten weken alleen speciaal dieetvoer te eten. Dit struvietdieet zorgt ervoor dat het aanwezige struviet wordt opgelost en voorkomt de vorming hiervan.

Na 8 weken wordt de urine nogmaals gecontroleerd op de aanwezigheid (of eigenlijk de afwezigheid…) van gruis. Is er geen gruis meer te vinden dan kan er worden overgegaan op het onderhoudsdieet, wat tevens preventief werkt tegen zowel struviet als calcium-oxalaat.

Let wel: de plaskater dient zijn verdere leven alleen dit voer te krijgen, dit om verstopping te voorkomen.

 

 

 

Hoe behandelen wij een verstopte kater?

 

Mocht uw kat inmiddels in een zeer slechte conditie verkeren, zullen wij zijn nierwaarden controleren. Mochten deze waarden zijn verhoogd, krijgt de kat een infuus aangelegd, waardoor alle gifstoffen uit zijn lichaam kunnen worden gespoeld.

De onderstaande procedure wordt ook gevolgd bij katten met een goede conditie:

De verstopte kater krijgt een katheter ingebracht. Hierdoor kan de kat weer zijn urine kwijt. De katheter wordt in de meeste gevallen na 1-3 dagen verwijderd.

De kater mag pas naar huis wanneer hij weer zelf kan plassen, zonder

catheter.

 

Blaasstenen:

Een blaassteen is een grote samenklontering van kristallen.

Het is aanleiding voor een chronische blaasontsteking, die niet reageert op antibiotica. De kat(zowel poes als kater) blijft persdrang hebben, vaak gemengd met bloed in de urine.

Soms is een blaassteen goed te voelen tijdens een klinisch onderzoek, maar wij zullen u altijd doorsturen om een echo te laten maken of een röntgenfoto in onze kliniek.

 

Een blaassteen moet operatief worden verwijderd!

 

Tumoren/Poliepen:

Tumoren en/of poliepen in de blaas, worden bij katten niet vaak gezien. Wanneer dit wel het geval is, zijn de katten vaak ouder dan 7 jaar.

Blaastumoren zijn in de meeste gevallen kwaadaardig.

 

Idiopathische blaasontsteking:

Een idiopathische blaasontsteking wordt ook wel idiopathic lower urinary tract disease genoemd. De juiste vertaling hiervoor is:

Ziekte van de lagere urinewegen, waarvan de oorzaak niet bekend is.

Dit is een veel voorkomende vorm van een chronische blaasaandoening, waarbij geen gruis, stenen, bacteriën, tumoren/poliepen of andere afwijkingen aan de blaas worden gevonden. Volgens vele wetenschappelijke studies is stress de grote boosdoener. Er zou dus een psychische oorzaak van deze aandoening ten grondslag liggen.

De symptomen bij deze vorm van een blaasaandoening kunnen spontaan verbeteren of juist verslechteren. Het is daarom erg moeilijk een ingestelde behandeling objectief te kunnen beoordelen.

 

 

Welke zorg moet ik mijn kat geven nadat bij hem/haar 1 van de hierbovenstaande aandoeningen is geconstateerd?

-           Blaasontsteking

Bacteriële infectie: Antibiotica en pijnstilling.

Verdikte blaaswand: Medicatie om de blaaswand tot rust te brengen en eventueel pijnstilling.

-           Blaasgruis

Struviet: 8 aaneengesloten weken op struvietoplossend dieet. Vervolgens het hele leven lang op onderhoudsvoer.

Calcium-oxalaat: Het hele leven lang op onderhoudsvoer.

-           Blaasstenen

Operatief laten verwijderen.

Vervolgens het hele leven lang op onderhoudsvoer.

 

Nazorg thuis:

 

-           Het is van uiterst belang dat u het plasgedrag van uw kat nauwlettend in de gaten blijft houden.  Dit betekend dat uw kat moeiteloos grote plassen kan produceren.

-           Wanneer u geen zicht heeft op de urine van uw kat, is het belangrijk om zijn gedrag in de gaten te houden. Katten geven vaak niet duidelijk aan of zij ergens last van hebben. Merkt u dat uw kat sloom wordt, slechter gaat eten/drinken of persdrang heeft, dan is het noodzakelijk gelijk een dierenarts te raadplegen!

 

Voeding:

 

-           Het is zeer belangrijk om u aan het voorgeschreven dieet te houden met daarbij de juiste hoeveelheid voer dat staat aangegeven op de maatbeter. U mag geen enkel ander voer aan uw kat geven! Dit is van groot belang, omdat ander voer de kans op het vormen van kristallen aanzienlijk verhoogt. Het voorgeschreven voer is uitsluitend verkrijgbaar bij dierenartsen en niet in de supermarkt of bij een dierenwinkel.

Dierenspeciaalzaken verkopen soms voedingen die volgens hen aan de eisen van een blaasgruisdieet voldoen. Alle diëten die onder die noemer door dierenspeciaalzaken verkocht zijn, blijken bij narekenen echter niet aan de eisen te voldoen en veroorzaken dan het terugkeren van de klachten.

-           Dit speciale dieet voorkomt de vorming van struvietkristallen en calcium-oxalaatkristallen. Afhankelijk van het soort kristal wordt het juiste dieet meegegeven.

 

MOCHT U IETS NIET VERTROUWEN, NEEM DAN CONTACT MET ONS OP!

 

Nierproblemen:

 

Nierinsufficiëntie bij de kat

 

Wat is nierinsufficiëntie?

 

Katten hebben twee nieren, die enerzijds of beiderzijds kunnen worden aangetast. Dit wordt ook wel nierinsufficiëntie of nierfalen genoemd.

 

Wanneer een gezond dier weinig drinkt, zal de urine donkergeel van kleur worden. Dit komt, omdat de nieren de urine concentreren. Een kat met nierfalen heeft dit vermogen niet, waardoor het dier meer zal gaan plassen. Hierdoor zal het dier ook meer gaan drinken, omdat hij/zij anders uitgedroogd raakt.

 

We kunnen onderscheid maken in 2 verschillende typen nierfalen.

 

Acuut nierfalen en Chronisch nierfalen

 

-           Bij acuut nierfalen is er sprake van een plotselinge uitval van 1 of beide nieren. De kat heeft geen littekenweefsel ontwikkeld in de nieren en in veel van de gevallen is volledig herstel mogelijk. De hoogte van de nierwaarden (door bloedonderzoek) zegt bij acuut verslechterde katten niets over de prognose.

 

-           Bij chronisch nierfalen  hebben de nieren al langere tijd een slechte werking. De chronische ontsteking in de nieren kan leiden tot het vormen van littekenweefsel. Dit weefsel kan samentrekken, waardoor een schrompelnier kan ontstaan. Hoewel een kat goed kan reageren op de behandeling, zullen de littekens nooit meer verdwijnen.

Als er geen volledig herstel optreed van de nieren, heeft de kat een behandeling nodig om de nieren te ondersteunen en daarmee de verslechtering van de nieren zoveel mogelijk te remmen, waardoor we proberen de kat een zo lang en goed mogelijk leven te geven.

 

 

Vaak is er sprake van een combinatie van zowel acuut als chronisch nierfalen. De kat heeft al langere tijd last van nierfalen, maar verslechtert plotseling snel. Met een juiste behandeling kan er gelukkig een duidelijke verbetering optreden.

 

 

 

 

 

Wat is de oorzaak van nierfalen?

 

Er zijn veel verschillende oorzaken bekend van nierfalen, namelijk;

-           Infecties (FIP, ziekte van Weil, bacteriële infecties)

-           Viraal

-           Protozoair

-           Nierstenen

-           Erfelijke nieraandoeningen (bv PKD, Polycystic Kidney Disease)

-           Tumoren

-           Afwijkende bloeddruk

-           Vergiftiging (antivries)

-           Bepaalde soorten medicatie

 

Wat zijn de symptomen van nierinsufficiëntie?

-           De kat kan meer gaan plassen en drinken ( Poly Urie / Poly Dipsie ) ten gevolge van vochtverlies via de nieren.

 

-           De kat kan vermageren, doordat hij/zij minder eetlust heeft.

 

-           De kat kan uit de bek gaan stinken, doordat er afvalstoffen via het speeksel uitgescheiden kunnen worden.

 

-           De kat kan overgeven en/of last hebben van diarree, omdat het zichzelf vergiftigd. Normaliter zorgen de nieren voor de uitscheiding van de afvalstoffen.

 

-           De kat kan uitgedroogd raken, ondanks dat hij/zij veel drinkt.

Om te controleren of een kat uitgedroogd is of niet, kan de huid opgetrokken worden en vervolgens worden losgelaten. Wanneer de huid in een kam overeind blijft staan, is er sprake van uitdroging.

 

-           De kat kan door uitdroging en vergiftiging lusteloos en zwak raken.

Symptomen van nierfalen ontstaan vaak pas, nadat 2/3 van de nierfunctie verloren is gegaan!

 

Wat is de functie van de nieren?

 

De nieren hebben als functie om de samenstelling van het bloed constant te houden. Hierbij verwijderen ze opgeloste ongewenste stoffen, zoals afvalstoffen van de stofwisseling en via het voedsel opgenomen vergif en geneesmiddelen. Ook zorgen de nieren voor een handhaving van het zuur-base evenwicht. Als er nefronen uitvallen (deze voeren de bovengenoemde taken van de nieren uit), nemen andere nefronen het over. Dit is de reden dat een verminderde nierfunctie niet onmiddelijk kan worden ontdekt.

 

 

Hoe wordt nierinsufficiëntie bij de kat geconstateerd?

Een simpele manier om de nieren te checken is door de urine na te laten kijken. De urine wordt nagekeken op het soortelijk gewicht en door middel van een urinestick.

We kunnen aan de hand van het soortelijk gewicht zien of een kat veel of weinig drinkt. Normaliter is het soortelijk gewicht van een kat tussen de 1.030 en 1.050. Bij een kat met (beginnend ) nierfalen kan er gezien worden dat het soortelijk gewicht onder de 1.020 komt.

 

Hoe komt de urine bij ons in de dierenkliniek?

 

U kunt bij ons in de kliniek een urine opvangkit komen halen, of deze via het internet aanvragen bij Novartis, op de site www.doedekatniercheck.nl.

Met deze opvangkit kunt u de urine van uw kat thuis opvangen en deze bij ons langs brengen. U kunt de opgevangen urine binnen 1a 2 uur langsbrengen voor onderzoek.

Indien de urine aanleiding geeft tot verder onderzoek, is het raadzaam een afspraak te maken voor uw kat, om een bloedonderzoek te laten doen.

In onze dierenkliniek is speciale apparatuur aanwezig om de nierwaarden

van uw kat te bepalen. U kunt hier zelfs op wachten, want binnen enkele minuten zal dit onderzoek voltooid zijn.

 

Uit het bloedonderzoek is naar voren gekomen dat mijn kat leidt aan nierinsufficiëntie. Hoe behandelen wij een kat met nierinsufficiëntie?

Nierfalen is een gecompliceerde ziekte. De nieren regelen veel verschillende lichaamsfuncties die bij elke patiënt in een andere mate aangetast kunnen zijn. De behandeling wordt daarom afgestemd op het individuele dier.

Een speciaal nierdieet is de basis van de behandeling van een kat met nierfalen. Wanneer de nierwaarden niet zodanig zijn verhoogd, is een nierdieet afdoende. Wanneer de nierwaarden aanzienlijk zijn verhoogd, moeten er speciale medicijnen worden gegeven in combinatie met een nierdieet.

 

Een nierpatiënt heeft zo’n 100 ml water per kg. lichaamsgewicht per dag nodig. Bij licht uitgedroogde patiënten is een onderhuids infuus vaak voldoende. Bij sterker uitgedroogde patiënten zullen wij een intraveneus infuus aanleggen in een bloedvat in de poot. Zodoende komt de infuusvloeistof direct in de bloedbaan terecht. Op deze manier proberen wij ervoor te zorgen dat het lichaam zich zo snel mogelijk van gifstoffen ontdoet. Dit noemen wij ook wel geforceerde diurese.

 

 

 

Nierdieet

 

Het eiwitpercentage van gewoon voer verschilt veel van een nierdieet. Het nierdieet bevat minder eiwitten van een hogere kwaliteit en minder fosfor, omdat deze bestanddelen de nieren extra belasten. Bovendien bevat het veel meer energie (meestal in de vorm van vet). De kat hoeft daarom van een goed nierdieet veel minder te eten  waardoor de kat ook minder afvalstoffen maakt.

 

Slijtage van de nieren begint gemiddeld op zes jarige leeftijd. Het is meestal een langzaam proces, dat tot de leeftijd van 10 jaar geen duidelijke verschijnselen geeft.

Onderzoek heeft aangetoond dat het geven van een goed nierdieet (Royal Canin Renal, Hill’s KD) aan katten met chronische nierinsufficiëntie hun levensverwachting zal verdubbelen.

 

Schildklierafwijkingen

 

hyperthyreoidie (een te snel werkende schildklier)

 

Een veel voorkomende aandoening die zich meestal voordoet bij de ouder wordende kat. Middels bloedonderzoek kan de werking van de schildklier bepaald worden en kan er een therapie worden ingesteld.

De resultaten zijn in de meeste gevallen verbluffend te noemen.

 

De schildklier is een orgaan met 2 lobben, die naast de luchtpijp in het keelgebied ligt. De voornaamste taak van de schildklier is het produceren van het schildklierhormoon, ook wel T4 genoemd. De belangrijkste functie hiervan is het reguleren van de stofwisseling. De stofwisseling of metabolisme bepaalt de snelheid van het verbruik van voedingsstoffen en energie. Bij een trage stofwisseling wordt amper energie verbruikt en zal het dier dus sneller vet opslaan en dikker worden. Bij een snelle stofwisseling wordt juist alle energie snel opgebrand en zullen alle vetreserves gebruikt worden.

Het meest voorkomende probleem van de schildklier bij de kat is de overproductie van het schildklierhormoon, deze aandoening heet hyperthyreoïdie. De schildklier werkt dus eigenlijk te snel en veroorzaakt zo een snellere stofwisseling in het lichaam. Het dier eet veel en vermagert ondanks dat.

Oorzaak hyperthyreoïdie

De overproductie van de schildklier komt in 98% van de gevallen door een goedaardige tumor, in slechts 2% door aan kwaadaardige tumor.

Het te weinig produceren van het hormoon (hypothyreoïdie) komt zeer zelden bij katten voor en zien we veel vaker bij honden.

In ongeveer 70% van de gevallen zijn beide lobben van de schildklier overproductief. In ongeveer 30% is 1 lob overproductief. In enkele gevallen is er sprake van een ectopische schildklier, hierover later meer.

 

Hyperthyreoïdie komt vooral voor bij oudere katten, vanaf 8 jaar. Het meest zien we hyperthyreoïdie rond de 13 jaar. Hyperthyreoïdie komt relatief vaak voor bij oudere katten.

Symptomen

-           De belangrijkste symptomen komen door de overproductie van het hormoon.

-           Afvallen, terwijl uw kat vaak juist heel veel gaat eten. Heel vaak zelfs zeuren om eten.

-           Veel drinken en veel plassen.

-           Braken, vaak door te snel eten; diarree.

-           Gedragsverandering: hyperactiviteit ondanks hoge leeftijd, agressiviteit, veel miauwen.

-           Op andere plekjes slapen, vaak op koude ondergrond, dit komt door warmte intolerantie.

-           Snellere hartslag

-           Bij sommige katten komen andere symptomen voor, die passen dan meer bij de apathische hyperthyreoïdie. Hierbij eet de kat niet, wordt slomer en vertoont spierzwakte.

Doordat de stofwisseling op een hogere snelheid komt door het overschot aan schildklier hormoon, moeten alle organen in het lichaam sneller werken. Er kunnen dan ook slijtage klachten ontstaan van andere organen. Het hart moet sneller kloppen door de schildklier  en zo ontstaat er sneller slijtage door overbelasting.

Door het sneller kloppen van het hart kan ook een verhoogde bloeddruk ontstaan, deze bloeddrukstijging kan complicaties geven in de vorm van oogproblemen (bloedingen, plotselinge blindheid), nierfalen en hersenproblemen.

Ook de nieren worden overbelast doordat ze harder moeten werken. De nieren zijn al gevoeliger voor slijtage bij oudere katten en zo krijgen de nieren een extra belasting en bestaat er een groter risico op nierfalen.

 

Diagnose

De meest eenvoudige manier om hyperthyreoïdie vast te stellen is door middel van bloedonderzoek, hierbij wordt bij katten de totale hoeveelheid schildklierhormoon bepaald. De normaalwaardes van de totaal T4 bij een kat liggen tussen de 10 en de 50, waardes boven de 50 passen bij hyperthyreoïdie. Soms moeten nog andere waardes bepaald worden om de werking van de schildklier goed te beoordelen. Verder kan het zinvol zijn om leverwaardes en nierfunctie te testen, om te kunnen vaststellen of er reeds complicaties zijn opgetreden ten gevolge van de overmaat aan schildklierhormoon.

Soms kunnen wij een vergrote schildklier voelen in het keelgebied. Vaak moeten we dan alsnog bloedonderzoek doen om de diagnose te bevestigen.

 

Therapie

Er zijn 3 verschillende therapie opties.

1. Behandeling met medicijnen.

We kunnen het schildklierhormoon remmen door middel van medicijnen. Deze moet dagelijks ingegeven worden voor de rest van hun leven. Het is geen kuur, dus als een dag gemist wordt is het niet heel erg. Dan wordt alleen die dag het hormoon niet geremd en is de stofwisseling weer tijdelijk verhoogd. De dosering van het medicijn wordt in de loop van enkele weken opgebouwd, afhankelijk van de gemeten T4 en de eventuele complicaties aanwezig.

 

Het voordeel van behandeling met medicijnen is dat uw kat niet onder narcose hoeft voor een ingreep, in sommige gevallen is het erg risicovol om een kat met hyperthyreoïdie onder narcose te brengen.

De nadelen van de medicamenteuze behandeling is dat het geen permanente genezing biedt. De schildklier blijft overproduceren, het hormoon wordt alleen geremd. Verder kunnen katten bijwerkingen op de medicijnen vertonen. De belangrijkste zijn anorexie, beenmergdepressie en het verder kapot gaan van de nieren. Voor controle op deze bijwerkingen adviseren wij dan ook 1 week en 1 maand na het starten van de medicatie nogmaals een bloedonderzoek te doen.

Bij deze therapie moet de kat levenslang medicijnen krijgen.

 

2. chirurgische behandeling

De aangetaste schildklier kan operatief verwijderd worden. Voordeel is dat de kat dan de rest van zijn leven genezen is van deze aandoening. Het nadeel is dat het een grote operatie is. Verder komt het in 70% voor dat beide schildklierlobben overproduceren. Deze moeten dan ook beide verwijderd worden, dit moet in 2 fases gebeuren

Nog een nadeel is dat heel dicht op beide schildklierlobben een ander zeer klein orgaan ligt, de bijschildklier, deze is enkele millimeters groot. De bijschildklier heeft een belangrijke functie in de calcium huishouding. Bij een operatie kan de bijschildklier beschadigd worden of verwijderd worden, waardoor de hormoonproductie wegvalt van de bijschildklier. Dit is zeker bij beiderzijdse verwijdering een risico. Dit tekort aan bijschildklierhormoon moet dan ondervangen worden middels medicijnen.

 

Het kan ook gebeuren dat er een stukje schildklier gaat zwerven door het lichaam, de ectopische schildklier. Het vervelende is dat de ectopische schildklier ook overproductief kan zijn. Het is dan dus ook noodzakelijk dat duidelijk is waar alle overproductieve schildklierlobben liggen voordat tot operatie wordt overgegaan. De enige manier om dit in beeld te brengen is door middel van een scan bij een specialistische kliniek. Hierbij worden alle deeltjes van de hyperactieve schildklier in beeld gebracht, zodat zeker is dat bij operatie alles verwijderd wordt.

 

3. behandeling met radioactieve Jodium isotopen.

Hierbij worden radioactieve isotopen intraveneus bij uw kat ingespoten, deze isotopen vernietigen het hyperactieve schildklierweefsel zeer selectief, het gezonde schildklierweefsel wordt niet vernietigd. Het geeft een goed resultaat bij ongeveer 95% van de zieke katten.

Het voordeel is dat na deze ingreep de kat genezen is en geen medicijnen meer nodig heeft. Ook hoeft er geen narcose gegeven te worden en geen scan gemaakt te worden en er is geen risico op beschadiging van de bijschildklieren.

 

Het nadeel van deze ingreep is dat doordat er gebruik wordt gemaakt van een radioactieve stof, de kat een week intern moet worden opgenomen in een kliniek met een speciaal geïsoleerde ruimte. Deze ingreep kan in Nederland eigenlijk alleen op de dierenkliniek de Lingehoeve te Lienden.

 

Welke behandeling kiezen we?

De keuze is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de leeftijd van de kat, het gemak waarmee tabletten gegeven kunnen worden, de algehele conditie van de kat, de nierfunctie en natuurlijk ook de financiële mogelijkheden van de eigenaar. Indien hyperthyreoïdie is vastgesteld bij uw kat, dan zullen we alle mogelijkheden met u doornemen, om de best mogelijke therapie te kiezen.

 

 

FIP wat is dat voor een ziekte?

 

 

FIP is een virusziekte die wordt veroorzaakt door een (gemuteerd) coronavirus. Dit feline coronavirus (FcoV) is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat lichte diarree, echter als het muteert kan de ziekte FIP ontstaan. De meeste katten maken in hun leven wel eens een infectie door met het coronavirus.

Binnen sommige kattenpopulaties zijn zelfs 80-90% van de katten met antilichamen tegen het coronavirus gemeten (=seropositief voor het FcoV), deze katten zijn dus ooit in aanraking geweest met het coronavirus. 1 - 5 % van de seropositieve katten zal FIP kunnen ontwikkelen. 100 % van de katten die FIP krijgen sterven.

 

Een deel van de katten, die ooit een infectie met corona hebben doorgemaakt kan drager blijven, het virus blijft dan aanwezig in het lichaam. Deze katten zijn hier niet ziek van maar ze kunnen het virus wel verspreiden.

De huidige theorie is dat onder bepaalde omstandigheden het coronavirus, dat nog in het lichaam aanwezig is, gaat muteren (= van DNA samenstelling veranderen) tot een kwaadaardige variant. We spreken dan van FIP.

 

Dit "FIP" virus kan macrofagen (= bepaald type ontstekingscel) binnendringen en zich hierin vermeerderen. Op deze manier verspreidt het virus zich door de bloedbaan. Het ziektebeeld van FIP wordt veroorzaakt door een afweerreactie van het lichaam tegen deze geïnfecteerde macrofagen. Er worden zogenaamde immuuncomplexen gevormd die gaan vastlopen in kleine bloedvaatjes waardoor op die plaatsen ontstekingen ontstaan in en rond deze bloedvaatjes en organen.

 

Wanneer muteert het?

 

Of het onschuldige coronavirus in het lichaam van de kat muteert tot FIP hangt af van een aantal factoren. O.a. de virusstam, genetisch bepaalde afweer van de kat, andere virusinfecties (FIV, FeLV) en het doormaken van stress ( zoals teveel katten in een groep, dracht en geboorte, verhuizing, naar nieuwe eigenaar, andere kat in de groep) spelen een belangrijke rol. Katten die jonger zijn dan 2 jaar of ouder dan 10 jaar kunnen eerder FIP ontwikkelen. Wij zien in onze kattendierenkliniek de laatste jaren opvallend veel jonge katten (5-8 maanden oud) met FIP.

 

Hoe kan een kat besmet raken met het coronavirus?

 

Katten die besmet zijn met het coronavirus kunnen het virus uitscheiden via de ontlasting, speeksel en de urine. Andere katten kunnen het virus via de neus en/of bek opnemen. Iedere kat kan in contact komen met dit onschuldige coronavirus en daar wat diarree van hebben maar dus niet iedere kat ontwikkelt ook FIP, zoals hierboven beschreven staat.

 

Is FIP wel of niet besmettelijk?

 

Wanneer in een groep katten FIP optreedt beperkt de ziekte zich vaak tot een enkele kat. Het FIP-virus lijkt zich niet gemakkelijk te verspreiden. Het is mogelijk dat het FIP-virus, dat door deze kat wordt uitgescheiden, niet meer besmettelijk is voor andere katten. Een andere theorie is dat andere katten wel besmet worden door het FIP-virus maar dat zij voldoende bescherming hebben doordat zij antilichamen hebben tegen het onschuldige coronavirus. Er zal in de komende jaren meer onderzoek gedaan moeten worden om meer te weten te komen over FIP.

 

Wat zijn de symptomen van een kat met FIP?

 

 

Er zijn 2 vormen van FIP:

Een natte vorm.

Dit is de acute vorm waarbij kleine bloedvaten vocht gaan lekken en er vrij vocht in de buikholte en/of borstholte ontstaat. Dit vocht is vaak geel en dradentrekkend (ten gevolge van een hoog eiwitgehalte en fibrine). Katten met deze vorm van FIP zijn erg ziek. Ze hebben vaak hoge koorts en een dikke buik. Ze kunnen benauwd zijn als er vocht in de borstholte aanwezig is.

De droge vorm.

Dit is de chronische vorm waarbij er in verschillende organen door het hele lichaam kleine ontstekingshaarden ontstaan. Veel voorkomende organen zijn de lever, de nieren, de ogen en de hersenen.

 

 

 

 

De symptomen van FIP zijn divers. NB: niet elk symptoom hoeft voor te komen.

 

Symptomen kunnen zijn:

 

Slecht eten

Koorts

Slechte vacht

Lusteloosheid/sloomheid

Slechte groei

Vermageren

Oogontstekingen: uveitis -> zie de foto hier rechtsboven, let op: uveitis kun je ook bij FeLV en FIV zien.

Dikke volle buik door vocht in de buik (ascites)

Benauwdheid door vocht in borstholte (hydrothorax)

Gele slijmvliezen en huid (icterus of geelzucht) als de lever is aangetast

Braken en diarree

Epileptische aanvallen, als er ontstekingen in de hersenen zijn. Soms valt de eigenaar alleen een gedragsverandering op.

Neurologische verschijnselen (verlammingen)

 

Bij jonge katten zie je vaak een groeiachterstand

We krijgen als dierenartsen voor katten vaak katten op het spreekuur aangeboden voor een vaccinatie. Ze zijn dan rond de 1 of 1,5 kilogram zwaar. Echter de leeftijd past niet bij het uiterlijk van de kat. Ze lijken 3 maanden oud maar zijn in werkelijkheid dan al 6-7 maanden oud. Dit kun je met zekerheid zeggen omdat ze een volwassen gebit hebben. Het melkgebit is op een leeftijd van 6-7 maanden gewisseld voor het blijvende gebit. Een goede maat voor de groei van een kitten is rond de 100 gram per week. Een kitten van 6 maanden zou rond de 2-2,5 kilogram zwaar moeten zijn !

 

 

Hoe is FIP te diagnosticeren?

 

FIP rechtstreeks aantonen in het bloed

Via bloedonderzoek zijn antilichamen tegen het coronavirus te bepalen. De zogenaamde "titer".

 

 

We hebben de laatste jaren veel bloed afgenomen bij katten van cattery's en bij katten die van FIP verdacht werden voor de Virologie afdeling van de faculteit Diergeneeskunde voor een experimentele FIP test die door middel van PCR techniek de FIP titer kon bepalen.

 

 

Overige bloedonderzoeken:

 

Door middel van ander bloedonderzoek kun je aanwijzingen krijgen dat er FIP is, echter geen van deze onderzoeken is specifiek voor een FIP besmetting.

Gamma globulines

Door middel van bloedonderzoek is wel vast te stellen of er sprake is van een chronische ontsteking in het lichaam. Een bepaald deel van de ontstekingseiwitten (met name gamma-globulines) in het bloed zal gaan stijgen. Helaas is dit niet specifiek voor FIP omdat ook bij andere chronische ontstekingen deze fractie verhoogd kan zijn. Hieronder een bloeduitslag van een hele hoge gammafractie bij een kat die van FIP verdacht werd.

 

 

Anemie (bloedarmoede)

Lymfopenie (laag aantal lymfocyten)

Hypo albuminemie (laag gehalte aan albumine)

Verhoogde Bilirubine, ALAT en Galzuren (leverwaardes)

Verhoogde ureum en kreatinine (nierwaardes)

Helaas is er op dit moment geen bloedtest om FIP met zekerheid vast te stellen. Het blijft bij een waarschijnlijkheidsdiagnose. Het klinisch beeld van de kat in combinatie met een verhoging van de gamma-globulines is wel zeer suggestief voor FIP, vooral als er geel draden trekkend vocht in de buikholte aanwezig is.

 

Definitieve diagnose

De definitieve diagnose FIP kan alleen gesteld worden door het aantonen van het virus in weefsels. Dit kan dus alleen via biopten uit organen of bij sectie.

 

Heeft een kat geel dradentrekkend vocht in de buik dan is dit zeer suggestief voor FIP.

 

 

 

Is FIP te behandelen?

 

Behandeling van FIP

Helaas is FIP niet te behandelen. De meeste katten die verdacht zijn van FIP overlijden. Bij de natte vorm gaat dit vaak binnen enkele dagen tot weken en bij de droge vorm binnen een aantal maanden tot jaren.

 

Door middel van medicijnen die het immuunapparaat onderdrukken (oa. prednisolon) kunnen de symptomen van FIP verminderd worden. Secundaire problemen zoals ontstekingen, koortsaanvallen, nierfalen, leverfalen of epilepsie dienen symptomatisch behandeld te worden.

 

Vaccin tegen FIP

Er is een vaccin voor FIP maar de resultaten zijn wisselend. Er zijn zelfs gevallen waarbij na vaccinatie juist FIP is ontstaan of het ziektebeeld verergerde. Op dit moment wordt geadviseerd om niet te vaccineren tegen FIP.

 

Interferon

Sinds een aantal jaren is er een interferonproduct op de markt Virbagen Omega. De werking berust op een mogelijk direct antiviraal effect en op de beïnvloeding van de immuunreactie. Het wordt wel toegepast bij de behandeling van katten met een verdenking op de natte vorm van FIP. Er is echter nog niet voldoende bewijs dat het middel echt effectief is en kan daarom nog niet als gouden therapie gelden.

 

 

Hoe is FIP te voorkomen?

 

Zoals uit bovenstaande blijkt, dient het voorkomen van FIP vooral gebaseerd te zijn op het voorkomen van infectie met het coronavirus. Het is dus van belang om de kans op infecties en de infectiedruk te verkleinen. Omdat ook stress een belangrijke rol lijkt te spelen in het ontwikkelen van FIP is het belangrijk om stress zoveel mogelijk te voorkomen.

 

Hierbij kan men denken aan:

 

Hygiëne! Vooral rond de kattenbak is dit belangrijk. Verschoon de kattenbak dagelijks en zorg ervoor dat de omgeving niet besmet wordt met ontlasting. Bij diarree is dit nog belangrijker. Was de bakken goed uit met huishoudelijke reinigers.

Zet de kattenbakken niet in de buurt van de eet en drinkbakjes.

Neem niet teveel katten in een te kleine ruimte. Huisvest de katten in kleinere groepen van 3-4 katten en zorg voor optimale omstandigheden zoals goede voeding, frisse lucht en aandacht. Dit voorkomt stress en vermindert de infectiedruk.

Houd groepen katten constant qua samenstelling en introduceer liever geen nieuwe katten. Dit geldt niet alleen voor katten die in groepen leven (pension/asiel) maar ook voor katten die in een gewoon huishouden wonen.

Vermijd stresssituaties zoals shows en tentoonstellingen.

Zorg voor goede voeding

 

 

In catteries kan men extra aandacht besteden aan kittens en drachtige poezen:

Laat de kittens en drachtige poezen niet in de koppel zitten. Zet moederpoes dus voor de bevalling apart en laat de kittens ook niet meer in de koppel. De enige infectiebron is dan de moeder zelf. Speen de kittens op 5-6 weken en houdt ze apart van de andere katten. Tot die tijd waren ze beschermd door de maternale immuniteit (antilichamen die ze van de moeder hebben gekregen).

 

Wat is het advies als in een cattery FIP is opgetreden?

Raak niet gelijk in paniek als u een kat heeft die van FIP verdacht is!

De verdachte kat zal niet gelijk uw hele cattery besmetten. Het belangrijkste is dat u stress situatie uit de weg gaat en de hygiene zo goed mogelijk houdt. Het is verstandig gedurende 3-4 maanden de volgende maatregelen te nemen:

Katten met verdachte symptomen scheiden van de overige katten.

Geen nieuwe katten in huis te nemen.

Niet met de katten naar shows en tentoonstellingen te gaan.

Niet met de katten te fokken, geen buitendekkingen laten uitvoeren!

Poezen met kittens te scheiden van de rest van de katten.

Zorg voor goede voeding

 

 

 

 

 

 

Voedingsallergie

 

 

Kat met voedingsallergie voor behandeling.

 

Wat is een voedingsallergie?

Voedingsallergie is een overgevoeligheid voor bepaalde bestanddelen

in de voeding (eiwitten, kleur-, geur- en smaakstoffen, enz.)

Dit kan aanhoudende jeuk- of diarreeklachten geven. Een voedings-allergie kan op alle leeftijden ontstaan en kan voor veel hinder voor het dier zorgen.

In vele gevallen volstaat de therapie met een hypoallergeen dieet te voeren. In deze voeding zijn de meest voorkomende allergenen ver-vangen door die van een andere soort of van een hoogwaardiger kwaliteit welke beter verdragen worden. De hoeveelheid van de eiwitten bijvoorbeeld is drastisch verminderd maar ook van een zeer goede kwaliteit waardoor het door het lichaam beter benutbaar is.

De dierenarts bepaalt in overleg met u welk dieet voor uw dier geschikt is.

Als na 8 weken niet het gewenste resultaat is behaald zullen er andere maatregelen moeten worden genomen. In deze 8 weken mag het dier uitsluitend dieetvoer eten en niets anders. Wilt u toch een extraatje geven doet u dit dan in de vorm van een hypoallergeen snoepje.

Let wel: hypoallergeen voer uit de dierenwinkel is niet hetzelfde als wat bij ons verkrijgbaar is en werkt in de meeste gevallen niet zo goed…

 

Is het dan geen voedingsallergie???

Een kat kan allergisch zijn voor vele dingen en een bloedonderzoek kan wel uitsluitsel geven of het daadwerkelijk een allergische reactie betreft maar wijst geen definitieve boosdoener aan.

Het is dus niet zeker waarvoor het dier precies allergisch is!

In het geval van een voedingsallergie zullen veel dieren baat hebben bij een hypoallergeen dieet. Hebben de klachten een andere oorzaak dan heeft dit dieet geen zin. Een dier kan ook allergisch zijn voor huisstofmijt of reageren op het kleed of mandje waar ze in liggen of de voerbak waaruit het eet (contact-dermatitis).

Zijn de klachten niet op te lossen met een dieet of voedingssupplementen dan wordt er medicatie voorgeschreven.

 

 

 

 

Het kitten:

 

Medische en verzorgende zaken voor het kitten.

 

Al direct vanaf het moment dat het kitten bij u in huis is (meestal vanaf een leeftijd van 8 weken), komen er enkele medische noodzakelijkheden om de hoek zetten.

 

Dit is dan ook het goede moment om het afsluiten van een ziektekostenverzekering voor uw kat te overwegen. Premies kunnen bij diverse dierziektekostenverzekeraars online worden berekend. Of vraag de dierenarts om informatie!

 

Vaccinaties

 

Er zijn een aantal ziekten, waartegen katten regelmatig ingeënt moeten worden. Vooral voor jonge kittens is het absoluut noodzakelijk het inentingsschema strikt te volgen, omdat zij hun weerstand tegen deze vaak zeer ernstige ziekten nog geheel moeten opbouwen, terwijl ze juist erg kwetsbaar zijn en zeer gevoelig voor de betreffende ziekten. Ook een oudere kat heeft minder weerstand dan een jonge volwassene. Het is dan ook een misvatting om te denken dat boven een bepaalde leeftijd kan worden gestopt met vaccineren. Een inentingsschema ziet er meestal als volgt uit, maar kan variëren afhankelijk van de plaatselijke situatie:

 

9 weken leeftijd:     katten- en niesziekte.

12-13 weken:           hervaccinatie katten- en niesziekte.

Daarna, jaarlijks herhalen; de niesziekte ieder jaar en de kattenziekte om het jaar. 

 

Er bestaat eveneens de mogelijkheid om uw kat tegen FeLV (katten-leukemie) te laten enten.

Dit doen we alleen op indicatie of op verzoek. Indien u uw kat wilt meenemen naar het buitenland, moet hij/zij minimaal 30 dagen voor vertrek geënt zijn tegen hondsdolheid. Indien de reis naar Engeland gaat zelfs 7 maanden voor vertrek! Na de basis inentingen als kitten zult u jaarlijks een oproep krijgen om met een herhalings-inenting de weerstand van uw kat op peil te houden. Het jaarlijks enten is eveneens een mooie gelegenheid voor een algehele gezondheids-heck-up bij de dierenarts.

 

 

 

Ontwormen

 

-           Kittens hebben altijd spoelwormen: die krijgen ze van de moeder-poes mee met de moedermelk! Een kitten moet dan ook altijd ontwormd worden volgens een bepaald schema. Misschien heeft u de aanwijzingen en wormmiddelen hiervoor al van de fokker meegekregen. Zo niet, dan is het raadzaam om zodra u het kitten in huis heeft de dierenarts te raadplegen.

Kittens worden ontwormd als ze 3, 5 en 7 weken oud zijn, daarna maandelijks tot ze een half jaar oud zijn. Hierna is het advies om het dier 4x per jaar te blijven ontwormen. De moederpoes wordt tegelijk met de kittens ook ontwormd natuurlijk.

-           Lintwormen worden overgebracht door vlooien. Aangezien eigenlijk elke kat wel eens door een vlo gebeten wordt, is regelmatig (4 maal per jaar) ont(lint)wormen sowieso verstandig. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, dus een goede bescherming tegen vlooien is in dit verband eveneens belangrijk (zie verder).

-           Een uitermate werkzaam en eenvoudig toe te dienen wormmiddel dat zowel tegen lint- als spoelwormen werkt is bij de dierenarts verkrijgbaar: Milbemax. (tabletten)

 

 

Ontvlooien.

-          Kittens kunnen vanaf de eerste week behandeld worden met Effipro, tot aan 6 weken.

-           Vanaf 6 weken kan het kitten behandeld worden met Stronghold kitten (dit werkt ook tegen oormijt en alle wormen, behalve de lintworm) ,  of Advantage pipetten in de nek.

-          Kittens met een heftige vlooieninfectie kunnen hierdoor bloedarmoede krijgen, behandelen tegen vlooien is dus een “must”.

-           Is er een vlooieninfectie geconstateerd bij uw kitten, dan is het verstandig de omgeving waar het kitten geweest is goed te stofzuigen en te behandelen met een omgevingsspray: Indoor X.

 

 

Een goede voeding is van levensbelang!

 

Voor elk dier geldt dat het lichaam optimaal functioneert bij een volledig uitgebalanceerde voeding van hoogwaardige grondstoffen. Voor de kat, een echte vleeseter, geldt bovendien dat deze behoefte heeft aan essentiële vetzuren en aminozuren, die van levensbelang zijn om goed gezond te zijn en blijven. Voor een gecastreerde (of gesteriliseerde) kat is het raadzaam om een aangepaste voeding te geven. Nadat de kat “geholpen” is past de stofwisseling zich iets aan. Indien u dezelfde voeding zou blijven verstrekken als vóór de operatie, zou het dier te zwaar kunnen worden.

Een zeer vaak voorkomend probleem bij katten is bovendien het optreden van gruis in de urinewegen, ook wel blaasgruis genoemd. Blaasgruis kan een gevolg zijn van blaasontsteking, en is bij de kat vaak juist de veroorzaker van een blaasontsteking. Met name bij katers kan door blaasgruis een verstopping van de plasbuis optreden. De kat perst dan (in het begin) wel alsof hij moet plassen, maar er komt vrijwel niets. De blaas raakt overvol, en de nieren kunnen uiteindelijk ook geen urine meer kwijt aan de blaas en raken gestuwd. Het dier vergiftigt zichzelf en raakt in shock. Als er niet snel ingegrepen wordt bij een verstopping van de plasbuis leidt dit onherroepelijk tot de dood.

 

Het voedingsadvies van uw dierenarts: Royal Canin  kittenvoer

 

Als dierenartsen adviseren wij u Royal Canin kittenvoer voor uw kitten en voor later Royal Canin  Young Adult: een complete voeding voor de volwassen kat voor dagelijks gebruik. De eigenschappen van deze voeding zijn:

-           Volledig uitgebalanceerde voeding. Iedere Royal Canin voeding wordt samengesteld volgens de meest recente kennis op het gebied van voeding, fysiologie en pathologie.  Er worden alleen natuurlijke grondstoffen met een hoge biologische waarde gebruikt. Vaste leveranciers staan garant voor de constante kwaliteit.  Gestandaardiseerde en gecontroleerde receptuur en productie zorgen voor een eindproduct dat van constante samenstelling is. Aangezien er uitsluitend verse grondstoffen gebruikt worden, zonder toevoeging van kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen, kan een voeding soms iets variëren in geur, kleur of smaak. De voedingswaarde en de biologische kwaliteit van de voedingen variëren echter beslist niet.

 

Eerst een kittenvoeding?!

 

Een kitten moet groeien en heeft daar een uitgebalanceerde voeding voor nodig! Heel belangrijk is dat de voedingsstoffen, zowel de eiwitten, koolhydraten en vetten als ook de vitaminen en mineralen, in de juiste verhoudingen aanwezig zijn, waarbij de voeding ook nog voldoende energie moet leveren. De hoeveelheid benodigde energie voor de kat hangt onder andere af van factoren als activiteit, omgeving en seizoen, maar ook van een eventuele dracht, lactatie (melkgift) of groei. En daar hebben we met ons kitten dus al direct mee te maken. Volg de voedingsadviezen voor wat betreft soort voeding, hoeveelheid en frequentie van voeren altijd precies. Bij twijfel bieden wij u de mogelijkheid om na te rekenen of uw kat wel goed van energie en alle benodigde voedingsstoffen voorzien wordt.

Eigenschappen van een goede kittenvoeding:

-           Om voldoende energie uit de voeding te kunnen halen, is het noodzakelijk dat het voedsel goed verteerbaar is. Een goede kittenvoeding heeft dan ook een uitstekende verteerbaarheid.

-           Tijdens de groei zijn de behoeften aan energie en bouwstenen voor het lichaam verhoogd. Een goede kittenvoeding heeft dan ook een verhoogde energiedichtheid en bevat hoogwaardige eiwitten, met voldoende essentiële aminozuren en taurine.

-           De smakelijkheid moet zeer goed zijn, om ervoor te zorgen dat het kitten het voer graag eet.

Voedingsfouten die het beste vermeden kunnen worden:

Het geven van tafelresten. Deze zijn vaak te vet en te zout en onvolledig wat essentiële aminozuren en taurine, vitaminen en mineralen betreft.

Hoe lang is kittenvoeding nodig?

Kittenvoeding kan het beste gegeven worden vanaf het spenen totdat het dier een leeftijd van 6-8 maanden heeft bereikt, dan kan het beste over gegaan worden op een volwassen dieet.

 

Wassen

 

Normaal gesproken hoeft u een kat niet te wassen. Zeker voor kittens is het beter de vacht met rust te laten en niet te wassen. Helaas kunnen er huidaandoeningen voorkomen waarvoor de dierenarts een medicinale shampoo voorschrijft.

 

Nagels knippen

 

De nagels van de kat slijten goed af als het dier gezond is en buiten of binnen (krabpaal) de gelegenheid heeft de nagels te scherpen. Alleen bij katten die van ouderdom of door onverhoopte kwalen of overgewicht nauwelijks bewegen kunnen de nagels te lang worden en regelmatig knippen noodzakelijk maken. Indien u dit zelf niet aandurft kan de dierenarts dit voor u doen.

 

Oren en oorproblemen

 

Als uw kat regelmatig met de kop schudt of de kop scheef houdt, duidt dat vaak op een oorontsteking. Katten en met name jonge kittens, zijn nogal gevoelig voor oormijt.

 

De mijten vormen op zich al een irriterend probleem, maar worden vaak gecompliceerd door een bijkomende bacteriële oorontsteking. U kunt dan het beste een afspraak bij de dierenarts maken; die kan aan de hand van een eenvoudig onderzoek een nauwkeurige diagnose stellen en de juiste behandeling voorschrijven.

 

 

 

Gebit en gebitsproblemen

 

Ontstaan van tandsteen

 

Uw kat heeft bij de geboorte een schoon melkgebitje meegekregen en wisselt dit voor een schoon volwassen gebit. Het onderhouden van het gebit doet een vleeseter in het wild voor het grootste gedeelte zelf. Het vangen en verscheuren van een prooi en het fijn knagen van bindweefsel, kraakbeen en bot heeft als bijwerking een goede schurende reiniging van het gebit.

 

Helaas leiden katten wat hun voeding betreft een heel ander leven dan hun 'wilde voorgangers'. Zowel de brokken als de blikvoeding die wij onze huisdieren te eten geven, doen helaas niets voor het schoonhouden van het gebit.  Afhankelijk van de samenstelling van het speeksel van een dier, zal zich zonder de reinigende werking van de 'prooiverwerking', meer of minder snel tandsteen afzetten op het gebit. Onder dit tandsteen kunnen zich bacteriën verzamelen en vermenigvuldigen, met een pijnlijke ontsteking van het tandvlees als gevolg. Bij onze huisdieren moeten we daarom wel degelijk aandacht aan de preventie van tandsteen en tandvleesontstekingen besteden. Bij uw jaarlijkse bezoek aan de dierenarts i.v.m. de inentingen, zal hij/ zij het gebit altijd even controleren. Maar ook u kunt regelmatig de lippen van uw kat optillen en met name de hoektanden en knipkiezen (zitten vrij ver naar achteren) op de aanwezigheid van tandsteen of een tandvleesontsteking controleren.

 

                       

Preventie van tandsteen

 

Uw bijdrage kan bestaan uit de volgende factoren:

-           Nooit tussendoortjes geven die niet speciaal als kattenkoekje bedoeld zijn: suiker tast het gebit aan.

-           Katten kluiven niet graag, maar zijn wel van oorsprong prooi eters. Als vervanging van de zelf te vangen prooi, kunt u uw kat regelmatig gedroogde long geven. Door het intensieve knaagwerk en het daarbij geproduceerde speeksel reinigt het dier het gebit.

-           Bij sommige dieren is de neiging om tandsteen te vormen, ondanks alle voorgenoemde maatregelen, heel hardnekkig; dit komt dan door de samenstelling van het speeksel. In dat geval is het noodzakelijk om 3 maal per week de tanden en kiezen te poetsen met een zachte tandenborstel en een speciale kattentandpasta, verkrijgbaar bij de dierenarts.

-           Soms moet het gebit eerst onder narcose gereinigd en gepolijst worden. Door de bovengenoemde maatregelen wordt reeds aanwezig tandsteen namelijk niet verwijderd, maar de aanzet van nieuwe tandplak en nieuw tandsteen wel voorkomen. Na een gebitsreiniging onder narcose raden we absoluut aan om vanaf dat moment het gebit minstens drie maal per week te poetsen!

 

Bij uw jaarlijkse bezoek aan de dierenarts i.v.m. de inentingen, zal hij/ zij het gebit altijd even controleren.                                                                                                                                              

 

(Anti)conceptie bij de kat

 

Wanneer u een poes heeft, kunt u tussen de 5e en de 13e levensmaand de eerste krolsheid verwachten. U staat dan voor een belangrijke keuze: hoe om te gaan met de vruchtbaarheid en de krolsheid. Er zijn een aantal mogelijkheden:

 

U wilt met de poes fokken:

Als ze ouder dan 1 jaar is, kan ze voor het eerst gedekt worden. Overlegt u wel eerst met de dierenarts, uw eigen fokker of de rasvereniging wat de speciale eisen zijn waaraan u en de poes dienen te voldoen.

U wilt niet met de poes fokken:

-           De poes krols laten worden en er gedurende die periode voor zorgen dat ze niet gedekt wordt. Dit is eigenlijk geen optie, aangezien een krolse poes niet alleen zelf voor overlast zorgt door haar gekrijs, maar ook doordat ze alle katers uit de buurt aantrekt, waarbij meestal flink strijd geleverd wordt. Bovendien zult u enkele malen per jaar een nest kunnen verwachten.

-           De poezenpil verhindert de krolsheid, mits de pil consequent volgens de bijsluiter wordt toegediend en niet wordt uitgebraakt of uitgespuugd. Bij jonge poezen die nog niet krols zijn geweest wordt de pil echter sterk afgeraden. Een enkele poes krijgt door de toegediende hormonen namelijk een enorme hyperplasie (toename in grootte; tot tennisballen is mogelijk!) van de melkklieren. Deze zwelling is wel goedaardig maar verdwijnt niet altijd als de pil gestopt is, waarna tijdens een zeer zware operatie de sterk vergrote melkklieren verwijderd moeten worden. Langdurig gebruik van de poezenpil vergroot zeer sterk de kans op (kwaadaardige) melkkliertumoren op latere leeftijd. Diergeneeskundig gezien geven we dan ook sterk de voorkeur aan:

-           De poes laten steriliseren. De ideale leeftijd hiervoor is 6 maanden. Tot de sterilisatie kunt u de poes het beste binnen houden, aangezien een poes soms al op 5 maanden leeftijd vruchtbaar is. Indien binnen houden niet goed mogelijk is of indien de poes opgroeit met een jonge kater, kunt u haar het beste laten steriliseren zodra er zich problemen door interesse van katers voordoen. De kater is dan tegelijk aan de beurt voor castratie.

 

Identificatie

 

Om er voor te zorgen dat altijd te achterhalen zal zijn dat het uw kat betreft, bijvoorbeeld als hij/ zij is weggelopen of aangereden, kunt u een unieke en onuitwisbare identificatie laten aanbrengen. Het gaat hierbij om de zogenaamde CHIP; een stevige capsule waarin per dier een unieke streepjescode staat. Deze wordt onderhuids aangebracht, wat niet meer pijn doet dan de jaarlijkse vaccinatie. De streepjescode staat voor een (dus ook uniek) nummer, dat geregistreerd wordt bij de zogenaamde 'databank voor gezelschapsdieren'. Alle dierenartsenpraktijken en veel andere instellingen die met honden en katten werken, hebben een afleesapparaat, zodat na overleg met de databank de identiteit en herkomst van uw dier onomstotelijk vast staan. Fokkers van raskatten laten de Chip meestal al aanbrengen voor u uw kitten bij hen afhaalt. Indien dit nog niet gebeurd is kunt u bij ons op afspraak voor het CHIPPEN van uw kat terecht.

 

 

 

 

 

Ontwerp: Ziener Vormgeving & Communicatie
Powered by InterWord