Veel voorkomende
aandoeningen bij de kat:
Blaasgruis
en blaasontsteking
Kristallen
in de urine
De
plaskater
Nierproblemen
Schildklierafwijkingen
FIP wat is dat
voor een ziekte?
Voedingsallergie
Het kitten
Gebit en
gebitsproblemen
(Anti)conceptie
bij de kat
Identificatie
Blaasgruis en blaasontsteking:
Wat zijn de symptomen
van een blaasontsteking?
- Veel en vaak
kleine beetjes plassen op de kattenbak
- Op vreemde
plekken in huis plassen
- Klaaglijk
miauwen tijdens het plassen
- Veelvuldig
likken van de anus/penis
- Bloed in de
urine zichtbaar, urine kleurt roze/rood
- Lang in de
pershouding blijven zitten
Hoe wordt een
blaasontsteking veroorzaakt?
Een blaasontsteking
wordt veroorzaakt door een infectie met een bacterie die vanuit de urinebuis de
blaas infecteert. Dit is in 10% van alle katten het geval. In de meeste situaties
heeft de kat stress, waardoor hij/zij een verdikte blaaswand ontwikkeld. Dit
kan zelfs chronisch worden.
Hoe constateren wij
een blaasontsteking?
Wanneer de kat wordt
verdacht van een blaasontsteking, zal er urine moeten worden opgevangen.
Wanneer de kat op de bak plast, kan dit door middel van speciale katkor-korrels®
worden opgevangen. Deze korrels absorberen geen vocht, waardoor de urine in de
bak gemakkelijk opgezogen kan worden door middel van het bijgevoegde pipet en
buisje. De katkor® is verkrijgbaar in onze dierenkliniek. Mocht de kat niet
voldoende in de bak plassen, dan is het mogelijk om de kat een nacht op te
sluiten in bijv. de badkamer, om zodoende voldoende urine op te vangen.
Mocht de kat niet in
de kattenbak plassen, maar op meerdere plekken in huis, dan is het mogelijk een
spuitje te halen bij de dierenarts, om zodoende de urine van de kat op te
zuigen van de grond.
Mocht dit alles niet
lukken, is het altijd mogelijk een afspraak te maken bij de dierenarts. Deze
zal de blaas van de kat met een naald aanprikken om urine direct uit de blaas
te halen.
Het aanprikken van de
blaas is voor de kat niet pijnlijk.
Wanneer wij de urine
hebben ontvangen, kan het worden onderzocht op een blaasontsteking. Dit gebeurt
door middel van een combur test®. Deze test bevat een strip waar de urine op
gedruppeld dient te worden. Na 1 minuut kan de test worden afgelezen. Wanneer
uw kat een blaasontsteking heeft, zullen wij bloed en eiwitten aantreffen.
Wij controleren
tevens het sediment van de urine. Het sediment is het bezinksel van de
zwaardere bestanddelen van de urine, zoals blaasgruis.
De urine wordt onder
de microscoop gecheckt op eventueel aanwezige kristallen in de urine.
Het urineonderzoek
zal enkele minuten in beslag nemen.
U kunt op de uitslag
wachten.
Hoe behandelen wij
een blaasontsteking?
10% van alle katten
met de symptomen van een blaasontsteking, hebben een bacteriële infectie.
Hiervoor zullen wij antibiotica en pijnstilling meegeven. De kat zal vaak niet
aangeven dat hij/zij pijn heeft, maar dit is wel het geval. Mocht het niet
lukken om pillen toe te dienen bij uw kat, dan is er gelukkig een antibioticum
injectie die 14 dagen werkzaam is. Ook is er vloeibare pijnstilling
verkrijgbaar die door vele katten goed wordt geaccepteerd.
In de meeste gevallen
heeft de kat een chronisch, verdikte blaaswand. Hiervoor zullen wij
pijnstilling meegeven en een medicijn om de blaaswand tot rust te brengen.
Kristallen in de urine
Wat zijn kristallen?
Kristallen in de
urine wordt ook wel blaasgruis genoemd.
De 2 meest
voorkomende soorten kristallen zijn struviet en calcium-oxalaat.
Struviet is een stof
die is samengesteld uit magnesium, fosfor en ammonium. Struvietkristallen
ontstaan wanneer er in de urine hoge gehalten aan magnesium en fosfor voorkomen
en de pH-waarde van de urine te hoog is, zodat deze niet langer zuur maar alkalisch
wordt.
Stenen die bestaan
uit calciumoxalaat-kristallen, ontstaan wanneer er in de urine hoge gehalten
aan calcium en oxalaat aanwezig zijn.
Hoe constateren wij
deze kristallen?
Deze kristallen
kunnen worden geconstateerd door de urine af te draaien in de centrifuge en het
neergeslagen bezinksel te onderzoeken onder de microscoop.
De
Plaskater
Wanneer uw kat de
symptomen heeft van een blaasontsteking, is het niet altijd gezegd dat hij ook
een blaasontsteking heeft!
Daarom controleren
wij ook altijd het sediment van de kat op kristallen in de urine.
LET OP! LET OP! LET
OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP! LET OP!
Mocht u een kater
hebben die de verschijnselen vertoont van een blaasontsteking, is het raadzaam
DIRECT! een dierenarts te bellen!
Katers hebben
vergeleken bij poezen een smalle plasbuis.
Wanneer de kater last
heeft van kristallen in de urine, kunnen deze vastlopen in de plasbuis,
waardoor hij verstopt raakt!
Wanneer een kater
verstopt zit, heeft hij heel veel moeite en pijn bij het plassen en is het
mogelijk dat de urine terugloopt richting de nieren, met alle gevolgen van
dien! De kater kan zichzelf hierdoor vergiftigen en erg ziek worden, met eventueel
de dood tot gevolg!
Een verstopte
kater is een spoedgeval!
Hoe ontstaat
blaasgruis?
Verschillende
factoren spelen een rol bij het ontstaan van blaasgruis. Voeding die te veel
kristalvormende mineralen bevat is een belangrijke factor. Tevens bepaald de
voeding de zuurgraad van de urine, welke ook van belang is bij het ontstaan van
blaasgruis.
Daarnaast zie je meer
blaasgruisproblemen bij katten met weinig beweging en overgewicht en katten met
stress.
Hoe behandelen wij
een kat met struviet?
Een kat waarbij
struviet is geconstateerd, dient 8 aaneengesloten weken alleen speciaal
dieetvoer te eten. Dit struvietdieet zorgt ervoor dat het aanwezige struviet
wordt opgelost en voorkomt de vorming hiervan.
Na 8 weken wordt de
urine nogmaals gecontroleerd op de aanwezigheid (of eigenlijk de afwezigheid…) van
gruis. Is er geen gruis meer te vinden dan kan er worden overgegaan op het
onderhoudsdieet, wat tevens preventief werkt tegen zowel struviet als
calcium-oxalaat.
Let wel: de plaskater
dient zijn verdere leven alleen dit voer te krijgen, dit om verstopping te
voorkomen.
Hoe behandelen wij
een verstopte kater?
Mocht uw kat inmiddels
in een zeer slechte conditie verkeren, zullen wij zijn nierwaarden controleren.
Mochten deze waarden zijn verhoogd, krijgt de kat een infuus aangelegd,
waardoor alle gifstoffen uit zijn lichaam kunnen worden gespoeld.
De onderstaande
procedure wordt ook gevolgd bij katten met een goede conditie:
De verstopte kater
krijgt een katheter ingebracht. Hierdoor kan de kat weer zijn urine kwijt. De
katheter wordt in de meeste gevallen na 1-3 dagen verwijderd.
De kater mag pas naar
huis wanneer hij weer zelf kan plassen, zonder
catheter.
Blaasstenen:
Een blaassteen is een
grote samenklontering van kristallen.
Het is aanleiding
voor een chronische blaasontsteking, die niet reageert op antibiotica. De
kat(zowel poes als kater) blijft persdrang hebben, vaak gemengd met bloed in de
urine.
Soms is een
blaassteen goed te voelen tijdens een klinisch onderzoek, maar wij zullen u
altijd doorsturen om een echo te laten maken of een röntgenfoto in onze
kliniek.
Een blaassteen moet
operatief worden verwijderd!
Tumoren/Poliepen:
Tumoren en/of
poliepen in de blaas, worden bij katten niet vaak gezien. Wanneer dit wel het
geval is, zijn de katten vaak ouder dan 7 jaar.
Blaastumoren zijn in
de meeste gevallen kwaadaardig.
Idiopathische
blaasontsteking:
Een idiopathische
blaasontsteking wordt ook wel idiopathic lower urinary tract disease genoemd.
De juiste vertaling hiervoor is:
Ziekte van de lagere
urinewegen, waarvan de oorzaak niet bekend is.
Dit is een veel
voorkomende vorm van een chronische blaasaandoening, waarbij geen gruis,
stenen, bacteriën, tumoren/poliepen of andere afwijkingen aan de blaas worden
gevonden. Volgens vele wetenschappelijke studies is stress de grote boosdoener.
Er zou dus een psychische oorzaak van deze aandoening ten grondslag liggen.
De symptomen bij deze
vorm van een blaasaandoening kunnen spontaan verbeteren of juist verslechteren.
Het is daarom erg moeilijk een ingestelde behandeling objectief te kunnen
beoordelen.
Welke zorg moet ik
mijn kat geven nadat bij hem/haar 1 van de hierbovenstaande aandoeningen is
geconstateerd?
- Blaasontsteking
Bacteriële infectie:
Antibiotica en pijnstilling.
Verdikte blaaswand:
Medicatie om de blaaswand tot rust te brengen en eventueel pijnstilling.
- Blaasgruis
Struviet: 8
aaneengesloten weken op struvietoplossend dieet. Vervolgens het hele leven lang
op onderhoudsvoer.
Calcium-oxalaat: Het
hele leven lang op onderhoudsvoer.
- Blaasstenen
Operatief laten
verwijderen.
Vervolgens het hele
leven lang op onderhoudsvoer.
Nazorg thuis:
- Het is van
uiterst belang dat u het plasgedrag van uw kat nauwlettend in de gaten blijft
houden. Dit betekend dat uw kat moeiteloos grote plassen kan produceren.
- Wanneer u
geen zicht heeft op de urine van uw kat, is het belangrijk om zijn gedrag in de
gaten te houden. Katten geven vaak niet duidelijk aan of zij ergens last van
hebben. Merkt u dat uw kat sloom wordt, slechter gaat eten/drinken of persdrang
heeft, dan is het noodzakelijk gelijk een dierenarts te raadplegen!
Voeding:
- Het is zeer
belangrijk om u aan het voorgeschreven dieet te houden met daarbij de juiste
hoeveelheid voer dat staat aangegeven op de maatbeter. U mag geen enkel ander
voer aan uw kat geven! Dit is van groot belang, omdat ander voer de kans op het
vormen van kristallen aanzienlijk verhoogt. Het voorgeschreven voer is
uitsluitend verkrijgbaar bij dierenartsen en niet in de supermarkt of bij een
dierenwinkel.
Dierenspeciaalzaken
verkopen soms voedingen die volgens hen aan de eisen van een blaasgruisdieet
voldoen. Alle diëten die onder die noemer door dierenspeciaalzaken verkocht
zijn, blijken bij narekenen echter niet aan de eisen te voldoen en veroorzaken
dan het terugkeren van de klachten.
- Dit speciale
dieet voorkomt de vorming van struvietkristallen en calcium-oxalaatkristallen.
Afhankelijk van het soort kristal wordt het juiste dieet meegegeven.
MOCHT U IETS NIET
VERTROUWEN, NEEM DAN CONTACT MET ONS OP!
Nierproblemen:
Nierinsufficiëntie
bij de kat
Wat is
nierinsufficiëntie?
Katten hebben twee
nieren, die enerzijds of beiderzijds kunnen worden aangetast. Dit wordt ook wel
nierinsufficiëntie of nierfalen genoemd.
Wanneer een gezond
dier weinig drinkt, zal de urine donkergeel van kleur worden. Dit komt, omdat
de nieren de urine concentreren. Een kat met nierfalen heeft dit vermogen niet,
waardoor het dier meer zal gaan plassen. Hierdoor zal het dier ook meer gaan
drinken, omdat hij/zij anders uitgedroogd raakt.
We kunnen onderscheid
maken in 2 verschillende typen nierfalen.
Acuut nierfalen en
Chronisch nierfalen
- Bij acuut
nierfalen is er sprake van een plotselinge uitval van 1 of beide nieren. De kat
heeft geen littekenweefsel ontwikkeld in de nieren en in veel van de gevallen
is volledig herstel mogelijk. De hoogte van de nierwaarden (door
bloedonderzoek) zegt bij acuut verslechterde katten niets over de prognose.
- Bij
chronisch nierfalen hebben de nieren al langere tijd een slechte werking. De
chronische ontsteking in de nieren kan leiden tot het vormen van
littekenweefsel. Dit weefsel kan samentrekken, waardoor een schrompelnier kan
ontstaan. Hoewel een kat goed kan reageren op de behandeling, zullen de
littekens nooit meer verdwijnen.
Als er geen volledig
herstel optreed van de nieren, heeft de kat een behandeling nodig om de nieren
te ondersteunen en daarmee de verslechtering van de nieren zoveel mogelijk te
remmen, waardoor we proberen de kat een zo lang en goed mogelijk leven te
geven.
Vaak is er sprake van
een combinatie van zowel acuut als chronisch nierfalen. De kat heeft al langere
tijd last van nierfalen, maar verslechtert plotseling snel. Met een juiste
behandeling kan er gelukkig een duidelijke verbetering optreden.
Wat is de oorzaak van
nierfalen?
Er zijn veel
verschillende oorzaken bekend van nierfalen, namelijk;
- Infecties
(FIP, ziekte van Weil, bacteriële infecties)
- Viraal
- Protozoair
- Nierstenen
- Erfelijke
nieraandoeningen (bv PKD, Polycystic Kidney Disease)
- Tumoren
- Afwijkende
bloeddruk
- Vergiftiging
(antivries)
- Bepaalde
soorten medicatie
Wat zijn de symptomen
van nierinsufficiëntie?
- De kat kan
meer gaan plassen en drinken ( Poly Urie / Poly Dipsie ) ten gevolge van
vochtverlies via de nieren.
- De kat kan
vermageren, doordat hij/zij minder eetlust heeft.
- De kat kan
uit de bek gaan stinken, doordat er afvalstoffen via het speeksel uitgescheiden
kunnen worden.
- De kat kan
overgeven en/of last hebben van diarree, omdat het zichzelf vergiftigd.
Normaliter zorgen de nieren voor de uitscheiding van de afvalstoffen.
- De kat kan
uitgedroogd raken, ondanks dat hij/zij veel drinkt.
Om te controleren of
een kat uitgedroogd is of niet, kan de huid opgetrokken worden en vervolgens
worden losgelaten. Wanneer de huid in een kam overeind blijft staan, is er
sprake van uitdroging.
- De kat kan
door uitdroging en vergiftiging lusteloos en zwak raken.
Symptomen van
nierfalen ontstaan vaak pas, nadat 2/3 van de nierfunctie verloren is gegaan!
Wat is de functie van
de nieren?
De nieren hebben als
functie om de samenstelling van het bloed constant te houden. Hierbij
verwijderen ze opgeloste ongewenste stoffen, zoals afvalstoffen van de
stofwisseling en via het voedsel opgenomen vergif en geneesmiddelen. Ook zorgen
de nieren voor een handhaving van het zuur-base evenwicht. Als er nefronen
uitvallen (deze voeren de bovengenoemde taken van de nieren uit), nemen andere
nefronen het over. Dit is de reden dat een verminderde nierfunctie niet
onmiddelijk kan worden ontdekt.
Hoe wordt
nierinsufficiëntie bij de kat geconstateerd?
Een simpele manier om
de nieren te checken is door de urine na te laten kijken. De urine wordt
nagekeken op het soortelijk gewicht en door middel van een urinestick.
We kunnen aan de hand
van het soortelijk gewicht zien of een kat veel of weinig drinkt. Normaliter is
het soortelijk gewicht van een kat tussen de 1.030 en 1.050. Bij een kat met
(beginnend ) nierfalen kan er gezien worden dat het soortelijk gewicht onder de
1.020 komt.
Hoe komt de urine bij
ons in de dierenkliniek?
U kunt bij ons in de
kliniek een urine opvangkit komen halen, of deze via het internet aanvragen bij
Novartis, op de site www.doedekatniercheck.nl.
Met deze opvangkit
kunt u de urine van uw kat thuis opvangen en deze bij ons langs brengen. U kunt
de opgevangen urine binnen 1a 2 uur langsbrengen voor onderzoek.
Indien de urine
aanleiding geeft tot verder onderzoek, is het raadzaam een afspraak te maken
voor uw kat, om een bloedonderzoek te laten doen.
In onze dierenkliniek
is speciale apparatuur aanwezig om de nierwaarden
van uw kat te
bepalen. U kunt hier zelfs op wachten, want binnen enkele minuten zal dit
onderzoek voltooid zijn.
Uit het
bloedonderzoek is naar voren gekomen dat mijn kat leidt aan nierinsufficiëntie.
Hoe behandelen wij een kat met nierinsufficiëntie?
Nierfalen is een
gecompliceerde ziekte. De nieren regelen veel verschillende lichaamsfuncties
die bij elke patiënt in een andere mate aangetast kunnen zijn. De behandeling
wordt daarom afgestemd op het individuele dier.
Een speciaal
nierdieet is de basis van de behandeling van een kat met nierfalen. Wanneer de
nierwaarden niet zodanig zijn verhoogd, is een nierdieet afdoende. Wanneer de
nierwaarden aanzienlijk zijn verhoogd, moeten er speciale medicijnen worden
gegeven in combinatie met een nierdieet.
Een nierpatiënt heeft
zo’n 100 ml water per kg. lichaamsgewicht per dag nodig. Bij licht uitgedroogde
patiënten is een onderhuids infuus vaak voldoende. Bij sterker uitgedroogde
patiënten zullen wij een intraveneus infuus aanleggen in een bloedvat in de
poot. Zodoende komt de infuusvloeistof direct in de bloedbaan terecht. Op deze
manier proberen wij ervoor te zorgen dat het lichaam zich zo snel mogelijk van
gifstoffen ontdoet. Dit noemen wij ook wel geforceerde diurese.
Nierdieet
Het eiwitpercentage
van gewoon voer verschilt veel van een nierdieet. Het nierdieet bevat minder
eiwitten van een hogere kwaliteit en minder fosfor, omdat deze bestanddelen de
nieren extra belasten. Bovendien bevat het veel meer energie (meestal in de
vorm van vet). De kat hoeft daarom van een goed nierdieet veel minder te eten
waardoor de kat ook minder afvalstoffen maakt.
Slijtage van de
nieren begint gemiddeld op zes jarige leeftijd. Het is meestal een langzaam
proces, dat tot de leeftijd van 10 jaar geen duidelijke verschijnselen geeft.
Onderzoek heeft
aangetoond dat het geven van een goed nierdieet (Royal Canin Renal, Hill’s KD)
aan katten met chronische nierinsufficiëntie hun levensverwachting zal
verdubbelen.
Schildklierafwijkingen
hyperthyreoidie
(een te snel werkende schildklier)
Een veel voorkomende
aandoening die zich meestal voordoet bij de ouder wordende kat. Middels
bloedonderzoek kan de werking van de schildklier bepaald worden en kan er een
therapie worden ingesteld.
De resultaten zijn in
de meeste gevallen verbluffend te noemen.
De schildklier is een
orgaan met 2 lobben, die naast de luchtpijp in het keelgebied ligt. De
voornaamste taak van de schildklier is het produceren van het
schildklierhormoon, ook wel T4 genoemd. De belangrijkste functie hiervan is het
reguleren van de stofwisseling. De stofwisseling of metabolisme bepaalt de
snelheid van het verbruik van voedingsstoffen en energie. Bij een trage
stofwisseling wordt amper energie verbruikt en zal het dier dus sneller vet
opslaan en dikker worden. Bij een snelle stofwisseling wordt juist alle energie
snel opgebrand en zullen alle vetreserves gebruikt worden.
Het meest voorkomende
probleem van de schildklier bij de kat is de overproductie van het
schildklierhormoon, deze aandoening heet hyperthyreoïdie. De schildklier werkt
dus eigenlijk te snel en veroorzaakt zo een snellere stofwisseling in het
lichaam. Het dier eet veel en vermagert ondanks dat.
Oorzaak
hyperthyreoïdie
De overproductie van
de schildklier komt in 98% van de gevallen door een goedaardige tumor, in
slechts 2% door aan kwaadaardige tumor.
Het te weinig
produceren van het hormoon (hypothyreoïdie) komt zeer zelden bij katten voor en
zien we veel vaker bij honden.
In ongeveer 70% van
de gevallen zijn beide lobben van de schildklier overproductief. In ongeveer
30% is 1 lob overproductief. In enkele gevallen is er sprake van een ectopische
schildklier, hierover later meer.
Hyperthyreoïdie komt
vooral voor bij oudere katten, vanaf 8 jaar. Het meest zien we hyperthyreoïdie
rond de 13 jaar. Hyperthyreoïdie komt relatief vaak voor bij oudere katten.
Symptomen
- De
belangrijkste symptomen komen door de overproductie van het hormoon.
- Afvallen,
terwijl uw kat vaak juist heel veel gaat eten. Heel vaak zelfs zeuren om eten.
- Veel drinken
en veel plassen.
- Braken, vaak
door te snel eten; diarree.
- Gedragsverandering:
hyperactiviteit ondanks hoge leeftijd, agressiviteit, veel miauwen.
- Op andere
plekjes slapen, vaak op koude ondergrond, dit komt door warmte intolerantie.
- Snellere hartslag
- Bij sommige
katten komen andere symptomen voor, die passen dan meer bij de apathische
hyperthyreoïdie. Hierbij eet de kat niet, wordt slomer en vertoont spierzwakte.
Doordat de
stofwisseling op een hogere snelheid komt door het overschot aan schildklier
hormoon, moeten alle organen in het lichaam sneller werken. Er kunnen dan ook
slijtage klachten ontstaan van andere organen. Het hart moet sneller kloppen
door de schildklier en zo ontstaat er sneller slijtage door overbelasting.
Door het sneller kloppen
van het hart kan ook een verhoogde bloeddruk ontstaan, deze bloeddrukstijging
kan complicaties geven in de vorm van oogproblemen (bloedingen, plotselinge
blindheid), nierfalen en hersenproblemen.
Ook de nieren worden
overbelast doordat ze harder moeten werken. De nieren zijn al gevoeliger voor
slijtage bij oudere katten en zo krijgen de nieren een extra belasting en bestaat
er een groter risico op nierfalen.
Diagnose
De meest eenvoudige
manier om hyperthyreoïdie vast te stellen is door middel van bloedonderzoek,
hierbij wordt bij katten de totale hoeveelheid schildklierhormoon bepaald. De
normaalwaardes van de totaal T4 bij een kat liggen tussen de 10 en de 50,
waardes boven de 50 passen bij hyperthyreoïdie. Soms moeten nog andere waardes
bepaald worden om de werking van de schildklier goed te beoordelen. Verder kan
het zinvol zijn om leverwaardes en nierfunctie te testen, om te kunnen
vaststellen of er reeds complicaties zijn opgetreden ten gevolge van de
overmaat aan schildklierhormoon.
Soms kunnen wij een
vergrote schildklier voelen in het keelgebied. Vaak moeten we dan alsnog
bloedonderzoek doen om de diagnose te bevestigen.
Therapie
Er zijn 3
verschillende therapie opties.
1. Behandeling met
medicijnen.
We kunnen het
schildklierhormoon remmen door middel van medicijnen. Deze moet dagelijks
ingegeven worden voor de rest van hun leven. Het is geen kuur, dus als een dag
gemist wordt is het niet heel erg. Dan wordt alleen die dag het hormoon niet
geremd en is de stofwisseling weer tijdelijk verhoogd. De dosering van het
medicijn wordt in de loop van enkele weken opgebouwd, afhankelijk van de
gemeten T4 en de eventuele complicaties aanwezig.
Het voordeel van
behandeling met medicijnen is dat uw kat niet onder narcose hoeft voor een
ingreep, in sommige gevallen is het erg risicovol om een kat met
hyperthyreoïdie onder narcose te brengen.
De nadelen van de
medicamenteuze behandeling is dat het geen permanente genezing biedt. De
schildklier blijft overproduceren, het hormoon wordt alleen geremd. Verder kunnen
katten bijwerkingen op de medicijnen vertonen. De belangrijkste zijn anorexie,
beenmergdepressie en het verder kapot gaan van de nieren. Voor controle op deze
bijwerkingen adviseren wij dan ook 1 week en 1 maand na het starten van de
medicatie nogmaals een bloedonderzoek te doen.
Bij deze therapie
moet de kat levenslang medicijnen krijgen.
2. chirurgische
behandeling
De aangetaste
schildklier kan operatief verwijderd worden. Voordeel is dat de kat dan de rest
van zijn leven genezen is van deze aandoening. Het nadeel is dat het een grote
operatie is. Verder komt het in 70% voor dat beide schildklierlobben
overproduceren. Deze moeten dan ook beide verwijderd worden, dit moet in 2
fases gebeuren
Nog een nadeel is dat
heel dicht op beide schildklierlobben een ander zeer klein orgaan ligt, de
bijschildklier, deze is enkele millimeters groot. De bijschildklier heeft een
belangrijke functie in de calcium huishouding. Bij een operatie kan de
bijschildklier beschadigd worden of verwijderd worden, waardoor de
hormoonproductie wegvalt van de bijschildklier. Dit is zeker bij beiderzijdse
verwijdering een risico. Dit tekort aan bijschildklierhormoon moet dan
ondervangen worden middels medicijnen.
Het kan ook gebeuren
dat er een stukje schildklier gaat zwerven door het lichaam, de ectopische
schildklier. Het vervelende is dat de ectopische schildklier ook overproductief
kan zijn. Het is dan dus ook noodzakelijk dat duidelijk is waar alle
overproductieve schildklierlobben liggen voordat tot operatie wordt overgegaan.
De enige manier om dit in beeld te brengen is door middel van een scan bij een
specialistische kliniek. Hierbij worden alle deeltjes van de hyperactieve
schildklier in beeld gebracht, zodat zeker is dat bij operatie alles verwijderd
wordt.
3. behandeling met
radioactieve Jodium isotopen.
Hierbij worden
radioactieve isotopen intraveneus bij uw kat ingespoten, deze isotopen
vernietigen het hyperactieve schildklierweefsel zeer selectief, het gezonde
schildklierweefsel wordt niet vernietigd. Het geeft een goed resultaat bij
ongeveer 95% van de zieke katten.
Het voordeel is dat
na deze ingreep de kat genezen is en geen medicijnen meer nodig heeft. Ook
hoeft er geen narcose gegeven te worden en geen scan gemaakt te worden en er is
geen risico op beschadiging van de bijschildklieren.
Het nadeel van deze
ingreep is dat doordat er gebruik wordt gemaakt van een radioactieve stof, de
kat een week intern moet worden opgenomen in een kliniek met een speciaal
geïsoleerde ruimte. Deze ingreep kan in Nederland eigenlijk alleen op de
dierenkliniek de Lingehoeve te Lienden.
Welke behandeling
kiezen we?
De keuze is
afhankelijk van een aantal factoren, zoals de leeftijd van de kat, het gemak
waarmee tabletten gegeven kunnen worden, de algehele conditie van de kat, de
nierfunctie en natuurlijk ook de financiële mogelijkheden van de eigenaar. Indien
hyperthyreoïdie is vastgesteld bij uw kat, dan zullen we alle mogelijkheden met
u doornemen, om de best mogelijke therapie te kiezen.
FIP
wat is dat voor een ziekte?
FIP is een
virusziekte die wordt veroorzaakt door een (gemuteerd) coronavirus. Dit feline
coronavirus (FcoV) is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat
lichte diarree, echter als het muteert kan de ziekte FIP ontstaan. De meeste
katten maken in hun leven wel eens een infectie door met het coronavirus.
Binnen sommige
kattenpopulaties zijn zelfs 80-90% van de katten met antilichamen tegen het
coronavirus gemeten (=seropositief voor het FcoV), deze katten zijn dus ooit in
aanraking geweest met het coronavirus. 1 - 5 % van de seropositieve katten zal
FIP kunnen ontwikkelen. 100 % van de katten die FIP krijgen sterven.
Een deel van de
katten, die ooit een infectie met corona hebben doorgemaakt kan drager blijven,
het virus blijft dan aanwezig in het lichaam. Deze katten zijn hier niet ziek
van maar ze kunnen het virus wel verspreiden.
De huidige theorie is
dat onder bepaalde omstandigheden het coronavirus, dat nog in het lichaam
aanwezig is, gaat muteren (= van DNA samenstelling veranderen) tot een kwaadaardige
variant. We spreken dan van FIP.
Dit "FIP"
virus kan macrofagen (= bepaald type ontstekingscel) binnendringen en zich
hierin vermeerderen. Op deze manier verspreidt het virus zich door de
bloedbaan. Het ziektebeeld van FIP wordt veroorzaakt door een afweerreactie van
het lichaam tegen deze geïnfecteerde macrofagen. Er worden zogenaamde
immuuncomplexen gevormd die gaan vastlopen in kleine bloedvaatjes waardoor op
die plaatsen ontstekingen ontstaan in en rond deze bloedvaatjes en organen.
Wanneer muteert het?
Of het onschuldige
coronavirus in het lichaam van de kat muteert tot FIP hangt af van een aantal
factoren. O.a. de virusstam, genetisch bepaalde afweer van de kat, andere
virusinfecties (FIV, FeLV) en het doormaken van stress ( zoals teveel katten in
een groep, dracht en geboorte, verhuizing, naar nieuwe eigenaar, andere kat in
de groep) spelen een belangrijke rol. Katten die jonger zijn dan 2 jaar of
ouder dan 10 jaar kunnen eerder FIP ontwikkelen. Wij zien in onze
kattendierenkliniek de laatste jaren opvallend veel jonge katten (5-8 maanden
oud) met FIP.
Hoe kan een kat
besmet raken met het coronavirus?
Katten die besmet
zijn met het coronavirus kunnen het virus uitscheiden via de ontlasting,
speeksel en de urine. Andere katten kunnen het virus via de neus en/of bek
opnemen. Iedere kat kan in contact komen met dit onschuldige coronavirus en
daar wat diarree van hebben maar dus niet iedere kat ontwikkelt ook FIP, zoals
hierboven beschreven staat.
Is FIP wel of niet
besmettelijk?
Wanneer in een groep
katten FIP optreedt beperkt de ziekte zich vaak tot een enkele kat. Het FIP-virus
lijkt zich niet gemakkelijk te verspreiden. Het is mogelijk dat het FIP-virus,
dat door deze kat wordt uitgescheiden, niet meer besmettelijk is voor andere
katten. Een andere theorie is dat andere katten wel besmet worden door het FIP-virus
maar dat zij voldoende bescherming hebben doordat zij antilichamen hebben tegen
het onschuldige coronavirus. Er zal in de komende jaren meer onderzoek gedaan
moeten worden om meer te weten te komen over FIP.
Wat zijn de symptomen
van een kat met FIP?
Er zijn 2 vormen van
FIP:
Een natte vorm.
Dit is de acute vorm
waarbij kleine bloedvaten vocht gaan lekken en er vrij vocht in de buikholte
en/of borstholte ontstaat. Dit vocht is vaak geel en dradentrekkend (ten
gevolge van een hoog eiwitgehalte en fibrine). Katten met deze vorm van FIP
zijn erg ziek. Ze hebben vaak hoge koorts en een dikke buik. Ze kunnen benauwd
zijn als er vocht in de borstholte aanwezig is.
De droge vorm.
Dit is de chronische
vorm waarbij er in verschillende organen door het hele lichaam kleine
ontstekingshaarden ontstaan. Veel voorkomende organen zijn de lever, de nieren,
de ogen en de hersenen.
De symptomen van FIP
zijn divers. NB: niet elk symptoom hoeft voor te komen.
Symptomen kunnen
zijn:
Slecht eten
Koorts
Slechte vacht
Lusteloosheid/sloomheid
Slechte groei
Vermageren
Oogontstekingen:
uveitis -> zie de foto hier rechtsboven, let op: uveitis kun je ook bij FeLV
en FIV zien.
Dikke volle buik door
vocht in de buik (ascites)
Benauwdheid door
vocht in borstholte (hydrothorax)
Gele slijmvliezen en
huid (icterus of geelzucht) als de lever is aangetast
Braken en diarree
Epileptische
aanvallen, als er ontstekingen in de hersenen zijn. Soms valt de eigenaar
alleen een gedragsverandering op.
Neurologische
verschijnselen (verlammingen)
Bij jonge katten zie
je vaak een groeiachterstand
We krijgen als
dierenartsen voor katten vaak katten op het spreekuur aangeboden voor een
vaccinatie. Ze zijn dan rond de 1 of 1,5 kilogram zwaar. Echter de leeftijd past niet bij het uiterlijk van de kat. Ze lijken 3 maanden
oud maar zijn in werkelijkheid dan al 6-7 maanden oud. Dit kun je met zekerheid
zeggen omdat ze een volwassen gebit hebben. Het melkgebit is op een leeftijd
van 6-7 maanden gewisseld voor het blijvende gebit. Een goede maat voor de
groei van een kitten is rond de 100 gram per week. Een kitten van 6 maanden zou rond de 2-2,5 kilogram zwaar moeten zijn !
Hoe is FIP te
diagnosticeren?
FIP rechtstreeks
aantonen in het bloed
Via bloedonderzoek
zijn antilichamen tegen het coronavirus te bepalen. De zogenaamde
"titer".
We hebben de laatste
jaren veel bloed afgenomen bij katten van cattery's en bij katten die van FIP
verdacht werden voor de Virologie afdeling van de faculteit Diergeneeskunde
voor een experimentele FIP test die door middel van PCR techniek de FIP titer
kon bepalen.
Overige
bloedonderzoeken:
Door middel van ander
bloedonderzoek kun je aanwijzingen krijgen dat er FIP is, echter geen van deze
onderzoeken is specifiek voor een FIP besmetting.
Gamma globulines
Door middel van
bloedonderzoek is wel vast te stellen of er sprake is van een chronische
ontsteking in het lichaam. Een bepaald deel van de ontstekingseiwitten (met
name gamma-globulines) in het bloed zal gaan stijgen. Helaas is dit niet
specifiek voor FIP omdat ook bij andere chronische ontstekingen deze fractie
verhoogd kan zijn. Hieronder een bloeduitslag van een hele hoge gammafractie
bij een kat die van FIP verdacht werd.
Anemie (bloedarmoede)
Lymfopenie (laag
aantal lymfocyten)
Hypo albuminemie
(laag gehalte aan albumine)
Verhoogde Bilirubine,
ALAT en Galzuren (leverwaardes)
Verhoogde ureum en
kreatinine (nierwaardes)
Helaas is er op dit
moment geen bloedtest om FIP met zekerheid vast te stellen. Het blijft bij een
waarschijnlijkheidsdiagnose. Het klinisch beeld van de kat in combinatie met
een verhoging van de gamma-globulines is wel zeer suggestief voor FIP, vooral
als er geel draden trekkend vocht in de buikholte aanwezig is.
Definitieve diagnose
De definitieve
diagnose FIP kan alleen gesteld worden door het aantonen van het virus in
weefsels. Dit kan dus alleen via biopten uit organen of bij sectie.
Heeft een kat geel
dradentrekkend vocht in de buik dan is dit zeer suggestief voor FIP.
Is FIP te behandelen?
Behandeling van FIP
Helaas is FIP niet te
behandelen. De meeste katten die verdacht zijn van FIP overlijden. Bij de natte
vorm gaat dit vaak binnen enkele dagen tot weken en bij de droge vorm binnen
een aantal maanden tot jaren.
Door middel van
medicijnen die het immuunapparaat onderdrukken (oa. prednisolon) kunnen de
symptomen van FIP verminderd worden. Secundaire problemen zoals ontstekingen,
koortsaanvallen, nierfalen, leverfalen of epilepsie dienen symptomatisch
behandeld te worden.
Vaccin tegen FIP
Er is een vaccin voor
FIP maar de resultaten zijn wisselend. Er zijn zelfs gevallen waarbij na
vaccinatie juist FIP is ontstaan of het ziektebeeld verergerde. Op dit moment
wordt geadviseerd om niet te vaccineren tegen FIP.
Interferon
Sinds een aantal
jaren is er een interferonproduct op de markt Virbagen Omega. De werking berust
op een mogelijk direct antiviraal effect en op de beïnvloeding van de
immuunreactie. Het wordt wel toegepast bij de behandeling van katten met een
verdenking op de natte vorm van FIP. Er is echter nog niet voldoende bewijs dat
het middel echt effectief is en kan daarom nog niet als gouden therapie gelden.
Hoe is FIP te
voorkomen?
Zoals uit
bovenstaande blijkt, dient het voorkomen van FIP vooral gebaseerd te zijn op
het voorkomen van infectie met het coronavirus. Het is dus van belang om de
kans op infecties en de infectiedruk te verkleinen. Omdat ook stress een
belangrijke rol lijkt te spelen in het ontwikkelen van FIP is het belangrijk om
stress zoveel mogelijk te voorkomen.
Hierbij kan men
denken aan:
Hygiëne! Vooral rond
de kattenbak is dit belangrijk. Verschoon de kattenbak dagelijks en zorg ervoor
dat de omgeving niet besmet wordt met ontlasting. Bij diarree is dit nog belangrijker.
Was de bakken goed uit met huishoudelijke reinigers.
Zet de kattenbakken
niet in de buurt van de eet en drinkbakjes.
Neem niet teveel
katten in een te kleine ruimte. Huisvest de katten in kleinere groepen van 3-4
katten en zorg voor optimale omstandigheden zoals goede voeding, frisse lucht
en aandacht. Dit voorkomt stress en vermindert de infectiedruk.
Houd groepen katten
constant qua samenstelling en introduceer liever geen nieuwe katten. Dit geldt
niet alleen voor katten die in groepen leven (pension/asiel) maar ook voor
katten die in een gewoon huishouden wonen.
Vermijd
stresssituaties zoals shows en tentoonstellingen.
Zorg voor goede
voeding
In catteries kan men
extra aandacht besteden aan kittens en drachtige poezen:
Laat de kittens en
drachtige poezen niet in de koppel zitten. Zet moederpoes dus voor de bevalling
apart en laat de kittens ook niet meer in de koppel. De enige infectiebron is
dan de moeder zelf. Speen de kittens op 5-6 weken en houdt ze apart van de
andere katten. Tot die tijd waren ze beschermd door de maternale immuniteit
(antilichamen die ze van de moeder hebben gekregen).
Wat is het advies als
in een cattery FIP is opgetreden?
Raak niet gelijk in
paniek als u een kat heeft die van FIP verdacht is!
De verdachte kat zal
niet gelijk uw hele cattery besmetten. Het belangrijkste is dat u stress
situatie uit de weg gaat en de hygiene zo goed mogelijk houdt. Het is
verstandig gedurende 3-4 maanden de volgende maatregelen te nemen:
Katten met verdachte
symptomen scheiden van de overige katten.
Geen nieuwe katten in
huis te nemen.
Niet met de katten
naar shows en tentoonstellingen te gaan.
Niet met de katten te
fokken, geen buitendekkingen laten uitvoeren!
Poezen met kittens te
scheiden van de rest van de katten.
Zorg voor goede
voeding
Voedingsallergie

Kat met
voedingsallergie voor behandeling.
Wat is een
voedingsallergie?
Voedingsallergie is
een overgevoeligheid voor bepaalde bestanddelen
in de voeding
(eiwitten, kleur-, geur- en smaakstoffen, enz.)
Dit kan aanhoudende
jeuk- of diarreeklachten geven. Een voedings-allergie kan op alle leeftijden
ontstaan en kan voor veel hinder voor het dier zorgen.
In vele gevallen
volstaat de therapie met een hypoallergeen dieet te voeren. In deze voeding
zijn de meest voorkomende allergenen ver-vangen door die van een andere soort
of van een hoogwaardiger kwaliteit welke beter verdragen worden. De hoeveelheid
van de eiwitten bijvoorbeeld is drastisch verminderd maar ook van een zeer
goede kwaliteit waardoor het door het lichaam beter benutbaar is.
De dierenarts bepaalt
in overleg met u welk dieet voor uw dier geschikt is.
Als na 8 weken niet
het gewenste resultaat is behaald zullen er andere maatregelen moeten worden
genomen. In deze 8 weken mag het dier uitsluitend dieetvoer eten en niets
anders. Wilt u toch een extraatje geven doet u dit dan in de vorm van een
hypoallergeen snoepje.
Let wel:
hypoallergeen voer uit de dierenwinkel is niet hetzelfde als wat bij ons
verkrijgbaar is en werkt in de meeste gevallen niet zo goed…
Is het dan geen
voedingsallergie???
Een kat kan
allergisch zijn voor vele dingen en een bloedonderzoek kan wel uitsluitsel
geven of het daadwerkelijk een allergische reactie betreft maar wijst geen
definitieve boosdoener aan.
Het is dus niet zeker
waarvoor het dier precies allergisch is!
In het geval van een
voedingsallergie zullen veel dieren baat hebben bij een hypoallergeen dieet.
Hebben de klachten een andere oorzaak dan heeft dit dieet geen zin. Een dier
kan ook allergisch zijn voor huisstofmijt of reageren op het kleed of mandje
waar ze in liggen of de voerbak waaruit het eet (contact-dermatitis).
Zijn de klachten niet
op te lossen met een dieet of voedingssupplementen dan wordt er medicatie
voorgeschreven.
Het
kitten:
Medische en
verzorgende zaken voor het kitten.
Al direct vanaf het
moment dat het kitten bij u in huis is (meestal vanaf een leeftijd van 8
weken), komen er enkele medische noodzakelijkheden om de hoek zetten.
Dit is dan ook het
goede moment om het afsluiten van een ziektekostenverzekering voor uw kat te
overwegen. Premies kunnen bij diverse dierziektekostenverzekeraars online
worden berekend. Of vraag de dierenarts om informatie!
Vaccinaties
Er zijn een aantal
ziekten, waartegen katten regelmatig ingeënt moeten worden. Vooral voor jonge
kittens is het absoluut noodzakelijk het inentingsschema strikt te volgen,
omdat zij hun weerstand tegen deze vaak zeer ernstige ziekten nog geheel moeten
opbouwen, terwijl ze juist erg kwetsbaar zijn en zeer gevoelig voor de
betreffende ziekten. Ook een oudere kat heeft minder weerstand dan een jonge
volwassene. Het is dan ook een misvatting om te denken dat boven een bepaalde
leeftijd kan worden gestopt met vaccineren. Een inentingsschema ziet er meestal
als volgt uit, maar kan variëren afhankelijk van de plaatselijke situatie:
9 weken leeftijd: katten-
en niesziekte.
12-13 weken: hervaccinatie
katten- en niesziekte.
Daarna, jaarlijks
herhalen; de niesziekte ieder jaar en de kattenziekte om het jaar.
Er bestaat eveneens
de mogelijkheid om uw kat tegen FeLV (katten-leukemie) te laten enten.
Dit doen we alleen op
indicatie of op verzoek. Indien u uw kat wilt meenemen naar het buitenland,
moet hij/zij minimaal 30 dagen voor vertrek geënt zijn tegen hondsdolheid.
Indien de reis naar Engeland gaat zelfs 7 maanden voor vertrek! Na de basis
inentingen als kitten zult u jaarlijks een oproep krijgen om met een
herhalings-inenting de weerstand van uw kat op peil te houden. Het jaarlijks
enten is eveneens een mooie gelegenheid voor een algehele gezondheids-heck-up
bij de dierenarts.
Ontwormen
- Kittens
hebben altijd spoelwormen: die krijgen ze van de moeder-poes mee met de
moedermelk! Een kitten moet dan ook altijd ontwormd worden volgens een bepaald
schema. Misschien heeft u de aanwijzingen en wormmiddelen hiervoor al van de
fokker meegekregen. Zo niet, dan is het raadzaam om zodra u het kitten in huis
heeft de dierenarts te raadplegen.
Kittens worden
ontwormd als ze 3, 5 en 7 weken oud zijn, daarna maandelijks tot ze een half
jaar oud zijn. Hierna is het advies om het dier 4x per jaar te blijven
ontwormen. De moederpoes wordt tegelijk met de kittens ook ontwormd natuurlijk.
- Lintwormen
worden overgebracht door vlooien. Aangezien eigenlijk elke kat wel eens door
een vlo gebeten wordt, is regelmatig (4 maal per jaar) ont(lint)wormen sowieso
verstandig. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, dus een goede
bescherming tegen vlooien is in dit verband eveneens belangrijk (zie verder).
- Een
uitermate werkzaam en eenvoudig toe te dienen wormmiddel dat zowel tegen lint-
als spoelwormen werkt is bij de dierenarts verkrijgbaar: Milbemax. (tabletten)
Ontvlooien.
- Kittens
kunnen vanaf de eerste week behandeld worden met Effipro, tot aan 6 weken.
- Vanaf 6
weken kan het kitten behandeld worden met Stronghold kitten (dit werkt ook
tegen oormijt en alle wormen, behalve de lintworm) , of Advantage pipetten in
de nek.
- Kittens
met een heftige vlooieninfectie kunnen hierdoor bloedarmoede krijgen,
behandelen tegen vlooien is dus een “must”.
- Is er een
vlooieninfectie geconstateerd bij uw kitten, dan is het verstandig de omgeving
waar het kitten geweest is goed te stofzuigen en te behandelen met een
omgevingsspray: Indoor X.
Een goede voeding is
van levensbelang!
Voor elk dier geldt
dat het lichaam optimaal functioneert bij een volledig uitgebalanceerde voeding
van hoogwaardige grondstoffen. Voor de kat, een echte vleeseter, geldt
bovendien dat deze behoefte heeft aan essentiële vetzuren en aminozuren, die
van levensbelang zijn om goed gezond te zijn en blijven. Voor een gecastreerde
(of gesteriliseerde) kat is het raadzaam om een aangepaste voeding te geven.
Nadat de kat “geholpen” is past de stofwisseling zich iets aan. Indien u
dezelfde voeding zou blijven verstrekken als vóór de operatie, zou het dier te
zwaar kunnen worden.
Een zeer vaak
voorkomend probleem bij katten is bovendien het optreden van gruis in de
urinewegen, ook wel blaasgruis genoemd. Blaasgruis kan een gevolg zijn van
blaasontsteking, en is bij de kat vaak juist de veroorzaker van een
blaasontsteking. Met name bij katers kan door blaasgruis een verstopping van de
plasbuis optreden. De kat perst dan (in het begin) wel alsof hij moet plassen,
maar er komt vrijwel niets. De blaas raakt overvol, en de nieren kunnen
uiteindelijk ook geen urine meer kwijt aan de blaas en raken gestuwd. Het dier
vergiftigt zichzelf en raakt in shock. Als er niet snel ingegrepen wordt bij
een verstopping van de plasbuis leidt dit onherroepelijk tot de dood.
Het voedingsadvies
van uw dierenarts: Royal Canin kittenvoer
Als dierenartsen
adviseren wij u Royal Canin kittenvoer voor uw kitten en voor later Royal
Canin Young Adult: een complete voeding voor de volwassen kat voor dagelijks
gebruik. De eigenschappen van deze voeding zijn:
- Volledig
uitgebalanceerde voeding. Iedere Royal Canin voeding wordt samengesteld volgens
de meest recente kennis op het gebied van voeding, fysiologie en pathologie.
Er worden alleen natuurlijke grondstoffen met een hoge biologische waarde
gebruikt. Vaste leveranciers staan garant voor de constante kwaliteit.
Gestandaardiseerde en gecontroleerde receptuur en productie zorgen voor een
eindproduct dat van constante samenstelling is. Aangezien er uitsluitend verse
grondstoffen gebruikt worden, zonder toevoeging van kunstmatige kleur-, geur-
en smaakstoffen, kan een voeding soms iets variëren in geur, kleur of smaak. De
voedingswaarde en de biologische kwaliteit van de voedingen variëren echter
beslist niet.
Eerst een
kittenvoeding?!
Een kitten moet
groeien en heeft daar een uitgebalanceerde voeding voor nodig! Heel belangrijk
is dat de voedingsstoffen, zowel de eiwitten, koolhydraten en vetten als ook de
vitaminen en mineralen, in de juiste verhoudingen aanwezig zijn, waarbij de
voeding ook nog voldoende energie moet leveren. De hoeveelheid benodigde
energie voor de kat hangt onder andere af van factoren als activiteit, omgeving
en seizoen, maar ook van een eventuele dracht, lactatie (melkgift) of groei. En
daar hebben we met ons kitten dus al direct mee te maken. Volg de voedingsadviezen
voor wat betreft soort voeding, hoeveelheid en frequentie van voeren altijd
precies. Bij twijfel bieden wij u de mogelijkheid om na te rekenen of uw kat
wel goed van energie en alle benodigde voedingsstoffen voorzien wordt.
Eigenschappen van een
goede kittenvoeding:
- Om voldoende
energie uit de voeding te kunnen halen, is het noodzakelijk dat het voedsel
goed verteerbaar is. Een goede kittenvoeding heeft dan ook een uitstekende
verteerbaarheid.
- Tijdens de
groei zijn de behoeften aan energie en bouwstenen voor het lichaam verhoogd.
Een goede kittenvoeding heeft dan ook een verhoogde energiedichtheid en bevat
hoogwaardige eiwitten, met voldoende essentiële aminozuren en taurine.
- De
smakelijkheid moet zeer goed zijn, om ervoor te zorgen dat het kitten het voer
graag eet.
Voedingsfouten die
het beste vermeden kunnen worden:
Het geven van
tafelresten. Deze zijn vaak te vet en te zout en onvolledig wat essentiële
aminozuren en taurine, vitaminen en mineralen betreft.
Hoe lang is
kittenvoeding nodig?
Kittenvoeding kan het
beste gegeven worden vanaf het spenen totdat het dier een leeftijd van 6-8
maanden heeft bereikt, dan kan het beste over gegaan worden op een volwassen
dieet.
Wassen
Normaal gesproken
hoeft u een kat niet te wassen. Zeker voor kittens is het beter de vacht met
rust te laten en niet te wassen. Helaas kunnen er huidaandoeningen voorkomen
waarvoor de dierenarts een medicinale shampoo voorschrijft.
Nagels knippen
De nagels van de kat
slijten goed af als het dier gezond is en buiten of binnen (krabpaal) de
gelegenheid heeft de nagels te scherpen. Alleen bij katten die van ouderdom of
door onverhoopte kwalen of overgewicht nauwelijks bewegen kunnen de nagels te
lang worden en regelmatig knippen noodzakelijk maken. Indien u dit zelf niet
aandurft kan de dierenarts dit voor u doen.
Oren en oorproblemen
Als uw kat regelmatig
met de kop schudt of de kop scheef houdt, duidt dat vaak op een oorontsteking.
Katten en met name jonge kittens, zijn nogal gevoelig voor oormijt.
De mijten vormen op
zich al een irriterend probleem, maar worden vaak gecompliceerd door een bijkomende
bacteriële oorontsteking. U kunt dan het beste een afspraak bij de dierenarts
maken; die kan aan de hand van een eenvoudig onderzoek een nauwkeurige diagnose
stellen en de juiste behandeling voorschrijven.

Gebit
en gebitsproblemen
Ontstaan van
tandsteen
Uw kat heeft bij de
geboorte een schoon melkgebitje meegekregen en wisselt dit voor een schoon
volwassen gebit. Het onderhouden van het gebit doet een vleeseter in het wild
voor het grootste gedeelte zelf. Het vangen en verscheuren van een prooi en het
fijn knagen van bindweefsel, kraakbeen en bot heeft als bijwerking een goede
schurende reiniging van het gebit.
Helaas leiden katten
wat hun voeding betreft een heel ander leven dan hun 'wilde voorgangers'. Zowel
de brokken als de blikvoeding die wij onze huisdieren te eten geven, doen
helaas niets voor het schoonhouden van het gebit. Afhankelijk van de
samenstelling van het speeksel van een dier, zal zich zonder de reinigende
werking van de 'prooiverwerking', meer of minder snel tandsteen afzetten op het
gebit. Onder dit tandsteen kunnen zich bacteriën verzamelen en
vermenigvuldigen, met een pijnlijke ontsteking van het tandvlees als gevolg.
Bij onze huisdieren moeten we daarom wel degelijk aandacht aan de preventie van
tandsteen en tandvleesontstekingen besteden. Bij uw jaarlijkse bezoek aan de
dierenarts i.v.m. de inentingen, zal hij/ zij het gebit altijd even
controleren. Maar ook u kunt regelmatig de lippen van uw kat optillen en met
name de hoektanden en knipkiezen (zitten vrij ver naar achteren) op de
aanwezigheid van tandsteen of een tandvleesontsteking controleren.
Preventie van
tandsteen
Uw bijdrage kan
bestaan uit de volgende factoren:
- Nooit tussendoortjes
geven die niet speciaal als kattenkoekje bedoeld zijn: suiker tast het gebit
aan.
- Katten
kluiven niet graag, maar zijn wel van oorsprong prooi eters. Als vervanging van
de zelf te vangen prooi, kunt u uw kat regelmatig gedroogde long geven. Door
het intensieve knaagwerk en het daarbij geproduceerde speeksel reinigt het dier
het gebit.
- Bij sommige
dieren is de neiging om tandsteen te vormen, ondanks alle voorgenoemde
maatregelen, heel hardnekkig; dit komt dan door de samenstelling van het speeksel.
In dat geval is het noodzakelijk om 3 maal per week de tanden en kiezen te
poetsen met een zachte tandenborstel en een speciale kattentandpasta,
verkrijgbaar bij de dierenarts.
- Soms moet
het gebit eerst onder narcose gereinigd en gepolijst worden. Door de
bovengenoemde maatregelen wordt reeds aanwezig tandsteen namelijk niet
verwijderd, maar de aanzet van nieuwe tandplak en nieuw tandsteen wel
voorkomen. Na een gebitsreiniging onder narcose raden we absoluut aan om vanaf
dat moment het gebit minstens drie maal per week te poetsen!
Bij uw jaarlijkse
bezoek aan de dierenarts i.v.m. de inentingen, zal hij/ zij het gebit altijd
even
controleren.
(Anti)conceptie bij de kat
Wanneer u een poes
heeft, kunt u tussen de 5e en de 13e levensmaand de eerste krolsheid
verwachten. U staat dan voor een belangrijke keuze: hoe om te gaan met de
vruchtbaarheid en de krolsheid. Er zijn een aantal mogelijkheden:
U wilt met de poes
fokken:
Als ze ouder dan 1
jaar is, kan ze voor het eerst gedekt worden. Overlegt u wel eerst met de
dierenarts, uw eigen fokker of de rasvereniging wat de speciale eisen zijn
waaraan u en de poes dienen te voldoen.
U wilt niet met de
poes fokken:
- De poes
krols laten worden en er gedurende die periode voor zorgen dat ze niet gedekt
wordt. Dit is eigenlijk geen optie, aangezien een krolse poes niet alleen zelf
voor overlast zorgt door haar gekrijs, maar ook doordat ze alle katers uit de
buurt aantrekt, waarbij meestal flink strijd geleverd wordt. Bovendien zult u
enkele malen per jaar een nest kunnen verwachten.
- De poezenpil
verhindert de krolsheid, mits de pil consequent volgens de bijsluiter wordt
toegediend en niet wordt uitgebraakt of uitgespuugd. Bij jonge poezen die nog
niet krols zijn geweest wordt de pil echter sterk afgeraden. Een enkele poes
krijgt door de toegediende hormonen namelijk een enorme hyperplasie (toename in
grootte; tot tennisballen is mogelijk!) van de melkklieren. Deze zwelling is
wel goedaardig maar verdwijnt niet altijd als de pil gestopt is, waarna tijdens
een zeer zware operatie de sterk vergrote melkklieren verwijderd moeten worden.
Langdurig gebruik van de poezenpil vergroot zeer sterk de kans op
(kwaadaardige) melkkliertumoren op latere leeftijd. Diergeneeskundig gezien
geven we dan ook sterk de voorkeur aan:
- De poes
laten steriliseren. De ideale leeftijd hiervoor is 6 maanden. Tot de
sterilisatie kunt u de poes het beste binnen houden, aangezien een poes soms al
op 5 maanden leeftijd vruchtbaar is. Indien binnen houden niet goed mogelijk is
of indien de poes opgroeit met een jonge kater, kunt u haar het beste laten
steriliseren zodra er zich problemen door interesse van katers voordoen. De
kater is dan tegelijk aan de beurt voor castratie.
Identificatie
Om er voor te zorgen
dat altijd te achterhalen zal zijn dat het uw kat betreft, bijvoorbeeld als
hij/ zij is weggelopen of aangereden, kunt u een unieke en onuitwisbare
identificatie laten aanbrengen. Het gaat hierbij om de zogenaamde CHIP; een
stevige capsule waarin per dier een unieke streepjescode staat. Deze wordt
onderhuids aangebracht, wat niet meer pijn doet dan de jaarlijkse vaccinatie.
De streepjescode staat voor een (dus ook uniek) nummer, dat geregistreerd wordt
bij de zogenaamde 'databank voor gezelschapsdieren'. Alle
dierenartsenpraktijken en veel andere instellingen die met honden en katten
werken, hebben een afleesapparaat, zodat na overleg met de databank de
identiteit en herkomst van uw dier onomstotelijk vast staan. Fokkers van
raskatten laten de Chip meestal al aanbrengen voor u uw kitten bij hen afhaalt.
Indien dit nog niet gebeurd is kunt u bij ons op afspraak voor het CHIPPEN van
uw kat terecht.