023-5277666 | Contact

Kennelhoest.

 

 

Kennelhoest is een verzamelnaam voor allerlei mogelijke infecties van de voorste luchtwegen; van de keel, het strottenhoofd en de luchtpijp. Een dergelijke infectie is te vergelijken met een combinatie van “verkoudheid” en “griep” bij de mens: er is sprake van een infectie en daardoor ontsteking van het slijmvlies van één of meerdere voorste luchtwegen. Een dergelijke infectie is nogal besmettelijk en slaat vooral gemakkelijk aan als het slijmvlies in de keel al wat “rauw” is door veel blaffen. U kunt zich dan ook voorstellen dat de besmetting snel om zich heen grijpt op plaatsen waar veel honden samen zijn, zoals in een kennel, pension of hondenshow. Vandaar de naam “kennelhoest”. Gezien de aard van de aandoening zult u begrijpen dat een bezoek aan een kennel zeker geen vereiste is om kennelhoest op te lopen. Als uw hond echter in een kennel verblijft en één van de andere honden blijkt kennelhoest te hebben, is de kans echter wel zeer groot dat vrijwel alle honden in de kennel, dus ook die van u, besmet worden.

 

 

Wat zijn de verwekkers en de symptomen van kennelhoest?

 

•          In vrijwel alle gevallen begint de infectie doordat er een virus aanslaat en zich kan vermenigvuldigen op het slijmvlies. Er zijn verschillende virussen die dat kunnen. Zo’n virus beschadigt het slijmvlies waardoor de hond snel zal hoesten door de geringste prikkeling van het slijmvlies; alleen al door een versnelde luchtstroom bij inspanning. Dat hoesten kan vrij dramatisch klinken: als een oude man met een stevige rokers rochel. Soms gaat de infectie gepaard met koorts. Meestal blijft de hond levendig en wordt de eetlust niet benadeeld.

•          In sommige gevallen vormt het door virus beschadigde slijmvlies echter een goede voedingsbodem voor een gemene bacterie. Indien die bacterie (Bordetella bronchiseptica) zich welig kan voortplanten zal de hond behoorlijk koortsig en ziek worden; zeer lusteloos zijn en nauwelijks eetlust vertonen. Deze infectie is ook overdraagbaar op katten en mensen en is een zoönose.

 

Hoe kan een hond met kennelhoest behandeld worden?

•          Het is altijd verstandig om een hoestende hond door de dierenarts te laten onderzoeken; alleen al om uit te maken of er een luchtwegprobleem of een hartprobleem aan het hoesten ten grondslag ligt.

•          De dierenarts zal meestal medicijnen voorschrijven die de enorme prikkelhoest onderdrukken: door het hoesten houdt de hond namelijk het slijmvlies “rauw” en vergemakkelijkt daardoor het aanhouden van de infectie. U kunt de hond honing geven, dit verzacht de keel.

•          Indien nodig zal de dierenarts een antibioticumkuur voorschrijven. Een antibioticum doet niets tegen een virusinfectie maar bestrijdt de eventuele complicerende bacteriële infectie.

•          Om de keel zo min mogelijk te prikkelen is het verstandig om een tijdje uitsluitend zacht voer te geven. Dit kan bestaan uit geweekte brokken of blik voer.

•          Door de hond rustig te houden worden de slijmvliezen ook zo min mogelijk geprikkeld.

 

 

 

Is er een inenting tegen kennelhoest?

 

Er zijn verschillende soorten inentingen tegen kennelhoest mogelijk. Gezien het feit dat kennelhoest de laatste tijd heel veel voorkomt, is het zeker raadzaam om uw hond tegen kennelhoest te laten inenten. De volgende vaccinaties zijn mogelijk:

1.         Een inenting waarbij de entstof wordt aangebracht in de neus van de hond. Voordelen van deze inenting zijn:

•          De entstof wordt aangebracht op de plaats waar ook de infectie het lichaam binnenkomt. De lokale afweer van de slijmvliezen van de voorste luchtwegen wordt door deze inenting dan ook het meest efficiënt gestimuleerd.

•          De afweer tegen de infectie ontstaat zeer snel: vanaf 48 uur na inenting kunt u uw hond als “beschermd” beschouwen. Deze inenting is dan ook met name aan te raden kort voor een bezoek aan een kennel, pension of hondenshow.

2.         Een inenting waarbij de entstof onder de huid geïnjecteerd wordt: net als de jaarlijkse cocktail vaccinatie. Deze inenting moet na 3 weken herhaald worden om een heel jaar te beschermen tegen kennelhoest. 10 dagen na de tweede inenting kunt u de hond als “beschermd” beschouwen.

Vervolgens kunt u deze inentingen 1x per jaar l herhalen om de bescherming op peil te houden.

 

Overigens biedt helaas geen enkele inenting tegen kennelhoest 100% bescherming. Indien een ingeënte hond tòch kennelhoest krijgt, is het verloop echter veel milder en ongecompliceerder dan bij een niet-ingeënte hond.

 

 

 

 

De anaalklieren.

 

Anaalklieren zijn twee 'zakjes' aan weerszijden van de anus bij hond en kat. In die zakjes wordt een pasteuze tot vloeibare substantie gemaakt die vreselijk doordringend (vies) ruikt. De anaalklieren worden normaal gesproken geleegd na de ontlasting van het dier, om een duidelijk kenteken achter te laten. Deze 'geurvlag' dient voor de hond voor de herkenbaarheid binnen de roedel en het waarschuwen van dieren van buiten de roedel. Voor de kat helpt de geurvlag bij het afzetten van het territorium. Op zich spelen de anaalklieren dus een nuttige rol in het sociale leven van onze huisdieren.

 

Anaalklierproblemen

 

Helaas functioneren de anaalklieren soms nogal problematisch. Indien het legen van de anaalklieren aan het eind van de ontlasting niet goed verloopt, kunnen de anaalklieren 'overvuld' raken. De inhoud van de overvulde anaalklieren is gevoelig voor het aanslaan van infecties, waarna er een anaalklierontsteking kan ontstaan. Een ernstige ontsteking van de anaalklieren kan tot een fistelend anaalklierabces leiden: naast de anus zien we dan één of meerdere gaten waar ontstekingsvloeistof of pus uitkomt.

 

Symptomen van anaalklierproblemen

Door de eigenaar worden dit soort problemen meestal snel opgemerkt, aangezien een dier er veel last van heeft. Het meest opvallende symptoom is het veelvuldig likken en bijten naast of op de staartbasis ten gevolge van de jeuk en irritatie die overvulde en/ of ontstoken anaalklieren veroorzaken. Daarnaast verspreiden problematische anaalklieren vaak een typische penetrante stank.

 

Onderzoek en therapie bij anaalklierproblemen

 

Indien een dier bovengenoemde symptomen heeft onderzoekt de dierenarts natuurlijk de conditie van de anaalklieren en hun inhoud. Maar ook wordt gecontroleerd of er geen sprake is van een vlooienprobleem of vlooienallergie, aangezien daar dezelfde symptomen bij gezien kunnen worden. In ieder geval worden de anaalklieren door de dierenarts geleegd. Afhankelijk van de bevindingen wordt dit na een week nog een keer herhaald of worden de anaalklieren (indien nodig onder sedatie) met een anti-bacterieel middel gespoeld. Ook dit spoelen kan enkele keren herhaald worden, totdat de anaalklieren weer een volledig normale omvang en inhoud hebben. Bij ernstige ontstekingen of abcessen worden bovendien antibioticum tabletten voorgeschreven.

Indien ondanks deze grondige aanpak de problemen steeds snel terugkomen, valt het te overwegen om de anaalklieren chirurgisch, dus operatief, te laten verwijderen. Aangezien deze operatie vlak naast de anus plaatsvindt, is er een kleine kans (kleiner dan 5%) dat het dier door de operatie onzindelijk wordt voor ontlasting. Daarom kiezen we nooit direct voor deze oplossing. De kosten van een dergelijke operatie liggen rond de € 412. Dit is inclusief de kosten voor een screenend bloedonderzoek. Indien uw dier 5 jaar of ouder is wordt een dergelijk bloedonderzoek verricht, voorafgaand aan een narcose.

 

Er is tegenwoordig ook een speciaal diervoerder van Royal Canin verkrijgbaar, het “Fiber”  dieet. Dit is speciaal voor dieren waarbij anaalklierproblemen veelvuldig voorkomen.

 

 

Maagdilatatie en / of -torsie syndroom.

 

 

Wat is een maagdilatatie of –torsie?

De maag is een zakvormig orgaan, met een ingang (de slokdarm) en een uitgang (de twaalf-vingerige darm of dunne darm). De maag hangt eigenlijk vrij in de buikholte en ligt op de buikbodem direct achter het middenrif. Als er plotseling veel gas geproduceerd wordt in de maag, en wel sneller dan dat dat gas kan worden uitgeboerd en/ of naar de dunne darm getransporteerd, gaat de maag uitzetten. Als dit uitzetten (dilatatie) erg snel en heftig verloopt, heeft de maag de neiging om als een soort ballon “op te stijgen”  door al dat gas. De in- en uitgang van de maag blijven dan echter wel op hun plaats, met als gevolg dat de maag een draaiing maakt om zijn as (torsie). Alleen al door een dilatatie worden de in- en uitgang van de maag min of meer dichtgedrukt, maar bij een torsie is dat zeker het geval. Het gevolg is dat er niets meer uit de maag kan, terwijl de gasvorming gewoon door kan gaan. De maag, normaal een slappe zak, is dan een enorm hard opgepompte basket bal geworden.

 

 

Wat zijn de mogelijke gevolgen van een maagdilatatie of –torsie?

Door de enorme wandspanning kan er geen bloed stromen door de bloedvaatjes in de maagwand, waardoor deze zal afsterven als de situatie lang genoeg aanhoudt. Bovendien drukt de maag via het middenrif sterk op het hart, waardoor ook de bloedvoorziening van de hartspier in de problemen komt en er “hartinfarcten” kunnen optreden. Bij een torsie (draaiing) van de maag draait de milt vaak mee, waardoor de vaten van en naar de milt afgeknepen kunnen worden en door bloedstolsels voorgoed ondoorgankelijk zullen worden. De milt zal dan afsterven. Al deze mogelijke gevolgen zijn zeer levensbedreigend voor de hond: alleen als een dierenarts zeer tijdig kan ingrijpen zal het dier deze aandoening kunnen overleven.

 

Welke dieren krijgen een maagdilatatie of -torsie?

 

Met name grotere hondenrassen, zoals de Duitse dog, Berner Sennen of Duitse herder, zijn gevoelig voor een maagdilatatie of –torsie. Risico vormt het eten van een behoorlijke hoeveelheid voedsel dat na de maaltijd kan gaan zwellen door opname van water, zoals alle droge hondenbrokken. Gasvorming zal dan met name ontstaan door beweging, bijvoorbeeld uitlaten of spelen na de maaltijd. Indien een hond eenmaal een maagdilatatie gehad heeft, is de kans groot dat dit nog een keer kan gebeuren. Preventie wordt dan een uiterste noodzaak.

 

Wat kan ik doen ter preventie van een maagdilatatie of -torsie?

 

Geef de hoeveelheid voer die de hond per dag nodig heeft verdeeld over de dag in 4 porties. Geef het liefst nat, licht verteerbaar voer, dus blikvoer of geweekte brokken. Laat het dier niet teveel water tegelijk drinken, maar vaker over de dag verspreid kleine hoeveelheden. Laat de hond altijd uit vóór het eten en laat hem/ haar na het eten met rust!

 

Hoe herkennen we een maagdilatatie of -torsie?

 

De hond krijgt problemen kort na de maaltijd. Het dier lijkt benauwd en pijnlijk; wil steeds staan of lopen met de kop gestrekt naar voren of beneden en lijkt te moeten braken zonder dat er “iets komt”. Na enkele ogenblikken valt vaak duidelijk op dat de buik, met name links vlak achter de ribboog “opzwelt” en hard wordt.

 

Wat is er aan te doen?

 

Een maagdilatatie of -torsie is een spoedgeval! U dient direct de (dienstdoende) dierenarts te bellen en te melden dat u er aan komt met een mogelijke maagtorsie. De dierenarts zal proberen de maag te sonderen door een slang te laten inslikken, om de maag te kunnen legen en spoelen. Indien dit niet lukt zal de druk via een punctie met een naald moeten afnemen. Indien er sprake is van een torsie (wordt vastgesteld door middel van een röntgenfoto) zal de maag vervolgens tijdens een buikoperatie teruggedraaid worden en aan de buikwand vastgezet.  De eventuele shock zal worden bestreden middels infusen, de bewegelijkheid van de maag wordt met medicijnen gestimuleerd en mogelijk zullen antibiotica en pijnstillers voorgeschreven worden.

 

Wat zijn de vooruitzichten?

 

Afhankelijk van de bevindingen vóór het ingrijpen door de dierenarts (is de hond al in shock; is er sprake van een onregelmatige pols door hartschade?) en tijdens de eventuele operatie (is de maagwand al afgestorven; zijn de vaten van de milt nog levensvatbaar; blijkt het hart van de hond de narcose te kunnen verdragen?) zal het dier deze acute aandoening wel of niet overleven. De kans op shock en andere complicaties wordt snel groter naarmate de aandoening langer bestaat. Ook de dagen na de acute aandoening zijn kritiek. Al heeft het dier de dilatatie en het ingrijpen op zich overleeft, door de mogelijke schade aan de maagwand en het hart, maar ook de lever en de nieren, kan het dier nog levensbedreigende problemen krijgen. De rest van het hondenleven is het dier gevoeliger geworden dan andere honden voor een herhaling van de maagdilatatie of –torsie. De eerder beschreven preventieve maatregelen dienen dan ook blijvend en consequent toegepast te worden. Indien bij een eerdere operatieve ingreep de maag is vastgezet, is de kans op een dilatatie aanzienlijk kleiner geworden, maar nooit geheel afwezig. Ook dan dient men alle preventieve maatregelen te handhaven.

 

Prostaatproblemen bij de hond

 

Meer dan 80% van de gecastreerde reuen, ouder dan 5 jaar, heeft een vorm van goedaardige prostaatvergroting!

 

Hoe worden prostaatproblemen veroorzaakt?

 

Net als bij mannen, komt goedaardige prostaatvergroting bij gecastreerde reuen vaak voor. Bij het ouder worden veranderd de hormoonhuishouding, waarbij de verhouding tussen het mannelijk geslachtshormoon testosteron en de oestrogenen veranderd. Het testosterongehalte speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van prostaatvergroting.

 

Goedaardige prostaatvergroting kan voorkomen zonder de aanwezigheid van zichtbare klachten, alhoewel het op termijn vaak tot problemen leidt.

Zo kan de vergroting resulteren in cystenvorming, prostaatontsteking en/of druk op organen en weefsels in de directe omgeving.

De meest voorkomende symptomen bij honden met een goedaardige prostaatvergroting zijn uitscheiding uit de urinebuis(helder of gemend met bloed/pus), bloed in de urine en persdrang.

Daarnaast kunnen ongemak en pijn, koorts en gebrek aan eetlust waargenomen worden. Dit alles is afhankelijk van de ernst van de vergroting en het eventueel aanwezig zijn van aanvullende problemen.

 

Is uw hond niet gecastreerd, ouder dan 5 jaar en heeft u één of meer van de onderstaande veranderingen opgemerkt? Dat kan kan het zijn dat uw hond prostaatproblemen heeft. Neem direct contact met ons op!

 

         Uitscheiding uit de plasbuis ( helder/bloederig/pus )

         Bloed in de urine

         Persdrang houden, zonder enige ontlasting

         Platte ontlasting

         Buikpijn

         Moeilijker lopen ( zwakke achterpoten )

         Wijdbeens lopen

         Koorts

         Gebrek aan eetlust

         Futloos

 

Het is beter om 1 tot 2 keer per jaar de prostaat van uw hond door de dierenarts uit voorzorg te laten controleren. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse gezondheidscontrole, waarvoor u van ons automatisch een oproep krijgt toegestuurd.

 

 

 

 

Goedaardige prostaatvergroting kan tot complicaties leiden, zoals:

 

         Prostaatcysten ( met vocht gevulde holtes )

         Prostatitis ( prostaatontsteking )

         Prostaatabces

         Hernia perinealis ( een breuk in een spier, die steun geeft aan de zijkant van de endeldarm )

         Urineweginfectie

 

Wij maken gebruik van verschillende onderzoeksmethoden, zoals:

 

         Rectaal onderzoek

         Röntgenologie

         Doorverwijzing voor een echografisch onderzoek

 

Afhankelijk van de gestelde diagnose zullen wij een therapie instellen.

 

 

 

Diarree bij de hond.

 

Als de ontlasting van de hond te dun of breiïg is dan spreek je van diarree.

 

 

Normale ontlasting of diarree?

Een hond heeft normaal 1 of 2 keer per dag goedgevormde, stevige ontlasting. Als je hond dunne of breiïge ontlasting heeft in plaats van goed gevormde ontlasting spreek je van diarree.

 

Oorzaken van acute diarree

Er zijn diverse oorzaken voor het ontstaan van diarree. We zullen de meest voorkomende oorzaken van diarree op een rijtje zetten en bespreken:

 

- Voerverandering of een niet goed verteerbaar voer.

- Virus-infecties: coronavirus, parvovirus.

- Spoelwormen.

- Ziekteverwekker zoals giardia.

- Voedingsallergie of voedselovergevoeligheid

 

 

De meest voorkomende oorzaak is een verandering van voer. De darmen hebben zich ingesteld op een bepaalde voersoort en als er plotselinge veranderingen hierin komen kan er diarree ontstaan.

 

 

Voer als oorzaak van diarree.

 

Een kwalitatief goed voer is belangrijk voor de hond. Vaak is de prijs een doorslaggevend argument in de keuze van een voer. Helaas wordt er dan niet op de kwaliteit van het voer gelet. Nu is lang niet elke hond even gevoelig voor een kwalitatief minder goed voer. Of een voer al dan niet geschikt is voor je hond is makkelijk te bepalen: als je hond meer dan 2x per dag slecht gevormde ontlasting heeft en daarbij nog vieze scheten laat dan is dat voer niet geschikt voor je hond.

 

Een kwalitatief goed voer zoals Hill's of Royal Canin is duurder dan een doorsnee "supermarkt" voer. Dit prijsverschil zit hem in een aantal zaken. Ten eerste is de kwaliteit van de gebruikte eiwitten en de verteerbaarheid van het voer veel hoger dan die van een goedkoper voer. Deze betere verteerbaarheid uit zich in minder vaak poepen en ontlasting die goed gevormd is. Ook de vacht glanst meer en de typische hondenlucht wordt minder. Ten tweede kan door het gebruik van vaste leveranciers een constante hoge kwaliteit gegarandeerd worden. Bij goedkopere voeren wisselt de eiwitbron per charge. Dat houdt in dat de samenstelling van het voer per zak kan verschillen. Hierdoor kan diarree ontstaan als er een nieuwe zak hondenvoer aangebroken wordt.

 

 

Ook het abrupt wisselen van voeren onderling kan overgeven en diarree tot gevolg hebben. Het is daarom verstandig om een verandering van voer altijd geleidelijk door te voeren.

 

Tot slot heb je niet altijd controle over wat je hond allemaal binnenkrijgt. Honden lopen tijdens het uitlaten de kans om iets op te eten wat slecht kan vallen. Ook als gevolg van deze onbedoelde tussendoortjes kunnen diarree en overgeven ontstaan.

 

Therapie bij diarree door voerverandering

Door een licht verteerbaar voer (bijv sensitivity van Royal Canin) in kleine hoeveelheden te geven kunnen de darmen tot rust komen. Daarbij geven we een middel dat een beschermlaag over de maag en darmen legt en indien nodig remmen we het overgeven met medicijnen.

 

Diarree ten gevolge van een virus

Zoals hierboven beschreven is een voerverandering of iets verkeerd eten de meest voorkomende oorzaak van acute diarree. Een tweede, veel voorkomende oorzaak van diarree vormt de virale enteritis. Als gevolg van een besmetting met een virus kunnen diarree en braken optreden. Als een virus de oorzaak is van diarree blijft dit meestal niet beperkt tot 1 hond. Vaak is het zo besmettelijk dat honden elkaar aansteken en er meerdere honden tegelijkertijd diarree hebben: "het heerst". We zien in de praktijk dat er vaak meerdere honden met diarree in dezelfde periode langskomen.

 

Bij een diarree van virale oorsprong is de lichaamstemperatuur vaak verhoogd, bij deze honden is de temperatuur vaak boven de 39,5!. Normaal ligt deze tussen de 38-39 graden celcius (rectaal gemeten). Door deze hoge temperatuur zijn de honden vaak slomer en de diarree gaat ook vaak gepaard met overgeven. Het overgeefsel en de diarree kunnen in heftige gevallen bloederig zijn.

 

Er zijn een aantal virussen die diarree kunnen veroorzaken. De meest voorkomende is het coronavirus. Dit geeft vrij milde klachten die bestaan uit braken en diarree, meestal zonder bloedbijmenging. Het gevreesde parvovirus, waar volwassen honden maar vooral puppy's aan dood kunnen gaan, komt gelukkig steeds minder voor. Het parvovirus wordt steeds meer uitgebannen door het goed vaccineren van de honden in Nederland. Puppy's met Parvo (vooral pups zijn gevoelig) worden nu nog vooral gezien bij fokkers in Belgie, Brabant en in het Oosten van het Nederland. Een goede hygiene is het allerbelangrijkste om een Parvobesmetting bij een fokker te voorkomen.

 

Therapie bij een virale diarree

Door een licht-verteerbaar voer in kleine hoeveelheden te geven kunnen maag en darmen tot rust komen. Daarbij geven we een middel dat een beschermlaag over de maag en darmen legt en indien nodig remmen we het overgeven met medicijnen. Indien de hond in heel slechte toestand is wordt er een intraveneus infuus aangelegd. De hond wordt zo slecht omdat het uitgedroogd raakt door het vele vochtverlies en het niet opnemen van vocht en voedingsstoffen. 

 

Wormen en diarree

Wormen zoals spoelwormen en lintwormen kunnen ook diarreewormen: spoelwormen bij de hond veroorzaken. Daarnaast kunnen deze wormen ook besmettelijk zijn voor mensen, waarbij er met name voor hele jonge kinderen en zwangere vrouwen een toegenomen risico bestaat. Daarom is het van belang om uw hond meerdere keren per jaar te ontwormen.

 

 

Pups kunnen reeds in de baarmoeder besmet raken met wormen. Ook via de moedermelk kunnen de pups besmet raken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zo'n 90-95% van de puppy's vlak na de geboorte al besmet is met wormen. Omdat een worminfectie de ontwikkeling van een pup nadelig kan beïnvloeden is het van belang puppy's goed te ontwormen. Over het algemeen hebben volwassen honden, afgezien van diarree, zelf weinig last van een worminfectie. Zij vormen echter wel een besmettingsbron voor andere dieren en, belangrijker, voor uzelf en uw kinderen. Daarom raden wij aan ook de volwassen honden 2x per jaar te ontwormen. Wij hanteren hiervoor het volgende schema:

 

 

De pup wordt ontwormd met:

 

- 2 weken

- 4 weken

- 6 weken

- 8 weken

- 4 maanden

- daarna 4x per jaar blijven behandelen.

 

 

Diarree door Giardia

 

Een oorzaak die vaak over het hoofd gezien wordt is diarree ten gevolge van Giardia. Giardia is een flagellaat en bestaat uit een meercellig organisme. 20% van de diarree bij honden wordt veroorzaakt door giardia. Vooral honden die bij een hondenfokker wonen of vandaan komen of die in een asiel of pension verblijven kunnen gemakkelijk met Giardia besmet raken. Jonge honden en honden met een verminderde weerstand, bijvoorbeeld als gevolg ziekte, lopen eerder diarree door giardia op dan gezonde volwassen honden. Denk hier aan als u een jong hondje opgehaald heeft die diarree heeft en als dit blijft aanhouden ondanks voer veranderingen en Positieve Giardia snaptest van Idexx, een snelle en betrouwbare manier om Giardia aan te tonenmedicijnen.

 

Diarree als gevolg van giardia is vaak brijig en er kan slijm of bloed bij zitten. Over het algemeen zijn de besmette honden misselijk en geven ze makkelijk over. Omdat hier niet in eerste instantie aan gedacht wordt is er vaak sprake van een langdurige of chronische diarree voordat de juiste diagnose gesteld wordt.

 

Diagnose

Met behulp van een sneltest, die we in onze dierenkliniek kunnen uitvoeren, kan direct en met zekerheid een besmetting met giardia worden aangetoond.

Met de Idexx Giardia Snaptest kunnen we eenvoudig, snel en betrouwbaar de juiste diagnose stellen. Omdat giardia zich niet altijd laat zien in de ontlasting vragen wij dan ook om van 3 achtereenvolgende dagen wat ontlasting op te vangen en langs te brengen.

Op de foto is een positieve Giardia snaptest te zien. De stip waar de rode pijl op wijst geeft aan dat de Giardia snaptest positief is.

 

Therapie bij diarree ten gevolge van Giardia

Op de praktijk houden wij een speciaal giardia-protocol aan.

 

 

Voedingsovergevoeligheid

Honden kunnen allergisch zijn voor voedselbestanddelen. In het maag en darmslijmvlies komen dan teveel lymfoide bloedcellen en hierdoor wordt de darmwerking slecht. Honden gaan dan overgeven en/of hebben diarree. We zien dikwijls honden met maagdarmklachten, die ook een pijnlijke buik hebben en een borrelende buik. Deze honden zijn vaak stil en teruggetrokken. De diagnose is niet met zekerheid te stellen, maar kan aangetoond worden door het oplossen van het probleem door het geven van een speciaal dieetvoer. Dit dieetvoer moet gedurende minimaal 8 weken gegeven worden en indien de klachten weg zijn dan is de diagnose voedingsallergie vastgesteld.

 

 

 

Ontwerp: Ziener Vormgeving & Communicatie
Powered by InterWord