Aandoeningen van het
konijn:
Myxomatose bij het konijn
Besmettelijke snot
Konijnensyfillis
Oormijt
Maden
Verstopping
E.Cuniculi
Myxomatose
bij het konijn
Wat is myxomatose en wat zie
ik aan een konijn?
Myxomatose is een ernstige
virusinfectie bij konijnen. Het geeft zwellingen rond de ogen, op de snuit,
rug, rond de anus en geslachtsopeningen. Binnen een paar dagen kunnen deze
zwellingen groter en vochtiger worden, het konijn wordt erg ziek en kan blind worden door de zwelling rond de ogen. Myxomatose is erg moeilijk te genezen en
zal bij het merendeel van de konijnen tot sterfte leiden. In het wild overleeft
slechts 5-10%.
Hoe wordt myxomatose
overgebracht?
Myxomatose wordt veroorzaakt
door een virus; het myxomavirus. Deze behoort tot de pokkenvirussen. Het wordt
voornamelijk verspreid door stekende insecten, zoals muggen, vliegen en
vlooien. Ook door direct contact met besmette dieren of materialen kan de ziekte verspreid worden. De tijd tussen besmetting en het verschijnen van
ziekteverschijnselen is een 2 tot 14 dagen (incubatietijd)
Wat kan ik doen om het te
voorkomen?
Een manier om
myxomatose te voorkomen is om het konijn te vaccineren. Vanwege de korte
werkingsduur van het vaccin, is het aan te raden 2x per jaar te vaccineren, in
het voor- en najaar. Het duurt ongeveer een week voordat de bescherming op
treedt. De eerste vaccinatie kan al op 1 maand leeftijd gegeven worden, echter bij
dwergkonijnen mag het pas vanaf 3 maanden. Soms ontstaat er een zwelling op de
plak van de vaccinatie, dit is een reactie op de vloeistof en trekt vanzelf
weer weg. Wij vaccineren naast myxomatose ook tegen VHS, een andere dodelijke
ziekte bij konijnen.
Wanneer moet ik vaccineren
tegen myxomatose?
De vaccinaties geven
we op speciale konijnenvaccinatie-dagen. Dit doen we omdat we een verpakking
voor 10 konijnen binnen 2 uur moeten opmaken. Door 10 afspraken in 2 uur te
plannen, is het voor ons dus mogelijk om de vaccinatie tijdens deze dagen een
heel
Besmettelijke
Snot
Snot is een
luchtwegaandoening kan veroorzaakt worden door een Pasteurella-bacterie (maar
heeft meer veroorzakers).
Deze ziekte gaat
gepaard met pussige uitvloei uit de neus, niezen en vieze plakkerige en
vlekkerige voorpootjes van het ‘ afvegen’ van de neus. Al dan niet gepaard
gaande met koorts en/of benauwd zijn.
De behandeling vergt
vaak een lange adem en is meestal een langdurige kwestie.
Deze aandoening gaat
niet vanzelf over. Het konijn zal een kuur antibiotica moeten krijgen.
Konijnensyfillis
Konijnensyfillis is
een zeer besmettelijke ziekte die overgedragen kan worden tijdens het paren of
‘rijden’, door besmette bodembedekking of van voedster op jongen.
Symptomen: zwelling
en roodheid rond de geslachtsopeningen, korsten en zwelling aan oogleden,
lippen en snuit.
Deze aandoening is heel
goed te behandelen. Het konijn moet apart gehouden worden en een goede hygiene
(het hok vaker schoonmaken) is van groot belang om herbesmetting te voorkomen.
Oormijt
Net als honden en
katten kunnen konijnen ook geplaagd worden door oormijt. Roodheid en korsten in
de gehoorgang duiden doorgaans op oormijt. Het konijn heeft er last van en kan
veelvuldig krabben in het oor of met de kop schudden.
De dierenarts kan met
behulp van de oorkijker de oormijt in het oor zien bewegen en zo de diagnose
vaststellen.
De behandeling
bestaat uit een oorzalf en een behandeling tegen parasieten. Voordat de oorzalf
aangebracht wordt moet eerst het trommelvlies gecontroleerd worden op eventuele
beschadigingen.
Zalven als het
trommelvlies beschadigd is kan de dood van het konijn tot gevolg hebben!!
Maden
(ziekte)
Een ander woord voor
madenziekte is myasis.
Deze
ziekte/aandoening wordt veroorzaakt door (blauw-groene) vliegen.
De vliegen worden
aangetrokken door bijvoorbeeld een vies konijnenachterwerk. Bij diarree of
plakpoep of een vies hok zal de vlieg zijn eitjes leggen op die
poep/verontreiniging. De eitjes komen uit en de larven die uit de eitjes komen
kruipen in de vacht van het konijn en gaan zich voeden met de huid/vlees van
het konijn.
Het konijn wordt dus
levend opgegeten!
De praktijk leert dat
het konijn vrij laat pas aangeeft dat het maden heeft en de vacht is zo dik dat
het in eerste instantie niet zichtbaar is dat het konijn maden heeft.
Goed opletten dus! We
zien deze maden vooral in het voorjaar en ’s zomers wanneer de konijnen weer op
het gras mogen. Het jonge gras bevat veel eiwitten en kan gemakkelijk voor
diarree of dunnere ontlasting zorgen.
Ook teveel biks
voeren kan hiervoor zorgen: het te dikke konijn kan zijn eigen achterwerk niet
schoonhouden omdat het er simpelweg niet meer bij kan vanwege zijn overgewicht.
De ‘nacht-mest’ kan dus niet opgegeten worden en blijft dan plakken.
Dat dit een hele nare
aandoening is die heel erg pijnlijk is moge duidelijk zijn…. Bij ernstig aangetaste
dieren is euthanasie het enige humane.
Dus laat konijnen
rustig wennen aan (jong) gras en voerveranderingen, houdt het hok goed schoon
en het konijn op gewicht (zie ook voedings-advies)
Je kunt ook voor de
zekerheid (bij veel vliegen) hor-gaas voor het hok spannen om de vliegen te
weren.
E.
cuniculi of Encephalitozoon
cuniculi bij het konijn.
Encephalitozoon
cuniculi, Encephalitozoonose, Noozemose of E. cuniculi wordt deze ziekte ook
wel genoemd.
We krijgen vaak
patiënten met neurologische verschijnselen in onze praktijk aangeboden. Deze
neurologische verschijnselen uiten zich als volgt:
5 hoofdsymptomen:
1. hersenproblemen:
oogproblemen, draainek of tollen om de lengteas.
2.
achterhandsproblemen: slappe of verlamde achterpoten.
3. blaas of
nierproblemen.
4. uveitis of
oogproblemen.
5. afvallen zonder
aanwijsbare oorzaak.
Hersenproblemen bij
het konijn:
-Draainek:
torticollis of een scheve kop (= head tilt).
-tollen: rolneigingen
om de lengteas van het konijn.
-Oogproblemen:
nystagmus = het ritmisch heen en weer bewegen van
de oogbol.
-hersenproblemen:
epileptiforme aanvallen, zwaaibewegingen met het
hoofd.
Problemen aan de
achterpoten van het konijn:
-Parese posterior =
trekken of slepen met een of beide achterpoten.
-Paralyse posterior =
verlamming van de achterhand.
-Ataxie =
ongecontroleerde bewegingen van de achterhand en
omvallen.
Nierproblemen:
-Urinebrand. Door een
blaasinnervatieprobleem lekt het konijn urine over
de achterpoten en
buikwand.
-PU/PD door
nierschade = veel drinken en plassen.
Waarom geeft E.
cuniculi neurologische verschijselen?
E. cuniculi tast
zenuwcellen aan. Het nestelt zich in de hersenen, het evenwichtsorgaan en in
het ruggemerg. Op deze manier geeft het afwijkingen aan de kop en de
achterpoten. Ook tast het de nieren en de zenuwcellen in de blaas aan. Door de
nierontsteking drinkt en plast het konijn veel en door de aantasting van de
blaaszenuwen kan het konijn niet meer actief plassen en lekt het urine. Deze
urine geeft een huidontsteking van de achterpoten en de onderbuik.
Besmetting met E.
cuniculi
Besmetting kan
plaatsvinden van het ene naar het andere konijn via de urine (= horizontaal) of
via de baarmoeder van moeder naar kind (= verticaal). Infecties kunnen latent
aanwezig blijven zonder klinische verschijnselen tot een moment waarop de
weerstand minder is en er wel verschijnselen optreden.
Vaak horen we van
eigenaren dat hun konijn af en toe met de poot trok (parese) of urine verlies
had. Dit duurde een paar dagen en was daarna weer weg. Meestal kwam dit na een
paar weken of maanden in ergere mate weer terug.
Bij welke leeftijd
komt het voor?
We zien vaker oudere
konijnen met deze ziekte dan jonge konijntjes. Soms zijn er ook wel stress
momenten aan te wijzen waarna de ziekte zich openbaarde. Denk aan een operatie
of na het doormaken van een andere ziekte.
Zoönose
Er wordt gesproken
van een zoönose aangezien een infectie met E. cuniculi bij mensen kan
voorkomen. Niet alle mensen zijn vatbaar voor deze ziekte. Een E.cuniculi
infectie is alleen aangetoond bij mensen met AIDS waarbij de weerstand minder
is.
Wat is E. cuniculi nu
eigenlijk?
Encephalitozoon
cuniculi is een protozoaire ziekte. Een protozoa is een heel klein organisme
dat iets groter is dan een bacterie. Protozoen kun je niet met het blote oog
zien en alleen aantonen met behulp van een microscoop.
Er zijn bloed- en
urinetesten voor het konijn beschikbaar die antilichamen ten aanzien van deze
protozoa kunnen aantonen. Er wordt gesproken van een antilichaamtiter in het
bloed.
Welke konijnen zijn
besmet?
We kunnen (door
middel van bloed- en urineonderzoek aantonen) of er sprake is van een infectie
met E. cuniculi bij konijnen met dit soort symptomen.
De behandeling van E.
cuniculi
We nemen bloed af bij
patiënten die verdacht zijn van encephalitozoonose en laten dit bloed
onderzoeken op het voorkomen van antilichamen tegen E. cuniculi. Vervolgens
gaan we deze patiënten behandelen met Panacur (= fenbendazol in een dosering
van 20 mg/kg LG) en na 1 maand zullen we opnieuw bloed laten testen. Op die
manier kun je zien of de behandeling niet alleen klinisch aanslaat (= het
konijn wordt beter), maar ook of dit aan het aantal antilichamen in het bloed
te zien is.
Hoe nemen we bloed
af?
Voor het
bloedonderzoek is serum nodig. We nemen bloed af met een hele dunne naald uit
een bloedvat van de achterpoot, de vena saphena. Het konijn wordt in zijligging
gelegd met een handdoek over het hoofd en de laterale zijde van de achterpoot
wordt tussen de knie en de hak geschoren. De vene is goed te benaderen en er
wordt 0,5 ml bloed afgenomen. Dit bloed wordt in een serumbuis gebracht en
gecentrifugeerd.
Hoe behandelen we de
ziekte E. cuniculi?
Afhankelijk van de
verschijnselen gebruiken we de volgende medicijnen: Let op: de keuze voor het
te gebruiken medicijn wordt bepaald door de symtomen die aanwezig zijn!
Fenbendazol = Panacur
(= dit medicijn helpt het lichaam de protozoa bestrijden)
Dexamethason
injecties gedurende 3 dagen (om reactie en zwelling af te remmen, ook zijn er
onderzoeken die aantonen dat de werking van Panacur versterkt wordt in de
eerste behandeldagen)
Na 3 dagen gaan we
metacam geven (= een pijnstiller en ontstekingsremmer) dit kan namelijk niet
samen met dexamethason
Vitamine B injecties
(om de zenuwcellen te laten herstellen)
Duplocilline of
baytril (= antibiotica)
Carbachol (= als er
een blaasverlamming aanwezig is)
Stille darm: indien
het konijn niet eet of poept zullen we dit behandelen
NB: Er zijn bijna
geen geregistreerde diergeneesmiddelen voor konijnen. De hierboven beschreven
diergeneesmiddelen zijn geregistreerd voor het gebruik bij de hond of de kat.
Indien we als
behandelend dierenarts denken dat er een diergeneeskundige noodzaak aanwezig is
dan mogen we via de cascades behorend bij het Diergeneesmiddelenbesluit en de
Diergeneesmiddelenregeling gebruik maken van de hierboven beschreven
diergeneesmiddelen bij het konijn.
Verstopping
bij het konijn
Wat is een verstopping?
Een verstopping
ontstaat wanneer de darmbeweging te traag is en het voedsel te lang in de maag
en darmen blijft. Het konijn heeft een vol gevoel en wil niet of nauwelijks
meer eten. Hierdoor zullen de de darmen nog trager gaan werken, met als gevolg
een complete stilligging.
Het konijn zal op
zo’n moment vaak stoppen met eten en drinken.
Aangezien het lichaam
vocht nodig blijft hebben, zal dit onttrokken worden aan het onverteerde
voedsel wat nog in de maag aanwezig is.
Hierdoor droogt dit onverteerde
voedsel nog meer uit en verandert het
in een massieve,
stevige, vaste massa die niet in beweging te brengen is.
Let op: Wanneer in
deze situatie niet vroegtijdig wordt ingegrepen, is het soms noodzakelijk om
deze massa operatief te verwijderen.
Hoe wordt een
verstopping veroorzaakt?
Een verstopping kan
verschillende oorzaken hebben.
-Voeding:
Over het algemeen
wordt een verstopping veroorzaakt door een te
traag werkend
darmstelsel. De reden hiervan is meestal een tekort aan
vezels in de voeding
van het konijn.
-Gebitsproblemen:
Wanneer een konijn
last heeft van zijn gebit, zal hij/zij vaak minder gaan
eten, met als gevolg
het trager werken van de darmen.
-Pijn:
Pijn vanwege
gebitsproblemen of andere oorzaken kan leiden tot stress,
wat de darmbeweging
direct doet vertragen.
-Haarballen:
Wanneer de
ruiperiode is aangebroken, kan het konijn zijn losse
vachthaar oplikken.
Dit kan tot gevolg hebben dat de haren vastlopen
in de darmen.
Behalve haar kunnen
er nog andere redenen van stoornissen in het
maagdarmstelsel
zijn, zoals een gehele of gedeeltelijke blokkade door
onbekend materiaal,
zoals stukjes plastic of tapijt.
Symptomen van een
verstopping:
Wanneer een konijn
last heeft van een beginnende verstopping zullen er een aantal dingen merkbaar
zijn:
-Het kleiner worden
van de keutels
-Harde, uitgedroogde
keutels ( een ketting van kleine keutels )
-Verminderde
keutelproductie
-Verminderde
eetlust/drinklust
Waneer een konijn
last heeft van een volledige verstopping zullen er een aantal dingen merkbaar
zijn:
-Geen keutelproductie
-Harde, pijnlijke
buik
-Totaal niet meer
willen eten/drinken
Wanneer u uw konijn
verdenkt van een beginnende/volledige verstopping moet u zo snel mogelijk
contact opnemen met een dierenarts! Als een konijn 24 uur of langer niet eet,
zullen de darmen stil komen te liggen en kan het konijn binnen korte tijd
sterven!
De behandeling bij
een verstopping:
-Dwangvoeren: Wanneer
uw konijn zelf niet meer wil eten is het raadzaam
om uw konijn te
dwangvoeren. Hiervoor gebruiken wij een zgn
“dwangvoer”. Dit is
een energierijk poeder wat aangemengd wordt met
water, tot een papje
en in de bek gespoten. Voor meer info over
dwangvoer zie elders
op de site.
-Medicatie: De darmwerking
moet weer op gang gebracht worden en
hiervoor geven we
een combinatie van Cisaral Drops® en Primperan
Drank® en
pijnstilling.
De eerstgenoemde
middelen stimuleren de maaglediging en passage
naar de darmen,
waardoor de darmen steviger gaan bewegen en de
blokkade meegevoerd
wordt. Dit wordt oraal toegediend.
-Probiotica: Een
probioticum bevat goede darmbacteriën, wat de
verstoorde balans in
de darmen kan opheffen. Hiervoor gebruiken wij: Pro
Soluble for all
animals®. Het probioticum wordt aangelengd met water
maar mag ook aan het
dwangvoer worden toegevoegd.
-Eventueel kan er een
laxeermiddel worden meegegeven.
Alhoewel het nut
ervan niet wetenschappelijk is bewezen wordt er ook
wel ananassap (vers)
gegeven bij verstopping t.g.v. haarballen.
Nazorg van het konijn
met een verstopping:
Wanneer het konijn weer
goede ontlasting heeft; grote keutels, talrijk, rond van vorm, niet uitgedroogd
en het dier heeft een uitstekende eetlust/drinklust, dan is het gevaar van een
verstopping voorbij !
-Nu kan er gestopt
worden met alle medicatie.
De kans op een
verstopping wordt een stuk kleiner als het dier veel vezels aangeboden krijgt.
Dit betekend groenvoer en veel hooi, zo min mogelijk droogvoer en dagelijks
volop vers water. Vezels en vocht zorgen voor een optimale darmwerking.
-Veel
lichaamsbeweging stimuleert de darmbeweging.
-Tijdens de
ruiperioden moet er veel geborsteld of geplukt worden, zodat
het konijn zo min
mogelijk haar oplikt.
Worminfectie
Net als bij de kat en
hond kan het konijn ook besmet worden met wormen. Alhoewel het niet heel vaak
voorkomt kunnen wormen de oorzaak zijn van o.a:
doffe vacht
vermageren
afwijkende ontlasting
(slijmerig of juist droog en niet mooi rond van vorm)
Aan de hand van
ontlastingsonderzoek kunnen wormeitjes met de microscoop worden waargenomen.
Worminfecties zijn goed te bestrijden.

Wormeitjes bij een
konijn.
MOCHT U NOG VRAGEN
HEBBEN, NEEM DAN CONTACT MET ONS OP!